De Vlaamse Regering wil de verkavelingsvergunningsplicht duidelijker afbakenen en vereenvoudigen. Het voorontwerp van decreet wijzigt zowel het begrip “verkavelen” als het toepassingsgebied van de vergunningsplicht. Het introduceert bovendien drie belangrijke uitzonderingen en beperkt in beginsel de verordenende werking van verkavelingsvoorschriften en het verkavelingsplan tot vijftien jaar.
Het voorontwerp werd op 17 juli 2026 voor de eerste keer principieel goedgekeurd en wordt aan een eerste adviesronde onderworpen. De voorgestelde regeling is dus nog niet definitief.
Niet langer de verdeling, maar de overdracht staat centraal
Het voorontwerp omschrijft “verkavelen” voortaan als het vrijwillig verdelen van een grond in twee of meer kavels, waarvan minstens één kavel onbebouwd is, met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies. De vergunningsplicht wordt losgekoppeld van de verdeling zelf en verschuift naar de overdracht van zelfstandige bouwkavels voor woningbouw of de oprichting van constructies. Daarmee wil de decreetgever discussies vermijden over de intentie van de eigenaar op het ogenblik van de verdeling.
Drie belangrijke uitzonderingen op de verkavelingsvergunningsplicht
Er worden drie belangrijke uitzonderingen op de verkavelingsvergunningsplicht ingevoerd, zonder dat het daaraan gekoppelde verkavelingsrecht volledig verdwijnt.
- Verkoop op plan: geen verkavelingsvergunning wanneer voor de gronden een definitieve, uitvoerbare en niet-vervallen omgevingsvergunning bestaat en de opgelegde lasten al zijn uitgevoerd of financieel gewaarborgd.
- Eénlotsverkaveling: geen verkavelingsvergunning wanneer de koper bij de overdracht beschikt over een definitieve en uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning.
- Gronden binnen een gemeentelijk RUP: een gemeente kan de verkavelingsvergunningsplicht voor woongebieden uitdrukkelijk opheffen, mits de daaraan gekoppelde voorwaarden worden nageleefd.
Verkavelingsvoorschriften verliezen na vijftien jaar in beginsel hun verordenende werking
Volgens het voorontwerp behouden verkavelingsvoorschriften en het verkavelingsplan gedurende vijftien jaar hun verordenende werking. Daarna kunnen zij niet langer automatisch als bindend beoordelingskader voor vergunningsaanvragen worden gebruikt. De gemeenteraad kan evenwel uitdrukkelijk en gemotiveerd beslissen om het reglementaire karakter na het verstrijken van die termijn te behouden.
Wat betekenen de wijzigingen in de praktijk? De hervorming kan transacties en ontwikkelingsprojecten vereenvoudigen, maar een zorgvuldig onderzoek van de concrete voorwaarden blijft essentieel. Bij oudere verkavelingen zal bovendien moeten worden nagegaan of de vijftienjaarstermijn is verstreken en of de gemeenteraad de verordenende werking gemotiveerd heeft behouden.
De advocaten van de vakgroep Bestuurs- en Omgevingsrecht van GSJ advocaten volgen de verdere ontwikkelingen op de voet en zijn beschikbaar bij eventuele vragen of nadere toelichting.