Bijna 100 jaar zat de regeling over subsidiefraude verscholen in een stoffig en weinig aantrekkelijk Koninklijk Besluit dat in de praktijk onder de radar bleef. Daar komt nu verandering in. Sinds 1 september 2026 krijgt het misdrijf een prominentere plek in het nieuwe Strafwetboek, en Vlaanderen gaat nog een stap verder met een eigen bestuurlijk sanctiesysteem. De boodschap: wie knoeit met subsidies, mag daar niet zomaar mee wegkomen.
Integratie in het Strafwetboek
Behoud subsidiemisdrijf in federale wetgeving (art. 691 Sw.)
Tot 31 augustus 2026 werd het misdrijf van subsidiefraude geregeld in het Koninklijk Besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen ("KB van 31 mei 1933").
Met de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 kreeg dit misdrijf een eigen plek in het Strafwetboek. Artikel 691 van het Strafwetboek herneemt de regeling uit het KB van 31 mei 1933, dat gelijktijdig met de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek werd afgeschaft. De strafbaarstelling is gericht op drie opzettelijke gedragingen:
-
het afleggen van een onjuiste of onvolledige verklaring in verband met een aanvraag om een subsidie te bekomen of te behouden;
-
het nalaten de betrokken diensten op de hoogte te brengen van het feit dat men geen recht meer heeft op een subsidie of slechts op een deel van dit bedrag en het aanvaarden of behouden van een subsidie of een gedeelte daarvan, in de wetenschap dat men daarop geen of slechts gedeeltelijk recht heeft; en
-
het aanwenden van een subsidie voor andere doelstellingen dan waarvoor ze werd toegekend.
Het begrip “subsidie” wordt ruim gedefinieerd: het betreft elke subsidie, vergoeding of toelage, die geheel of gedeeltelijk ten laste valt van de Staat, een gemeenschap, een gewest of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon, instellingen, organen en instanties van de Europese Unie of een andere internationale instelling.
Het misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3: voor natuurlijke personen een hoofdgevangenisstraf van 3 tot 5 jaar, voor rechtspersonen een hoofdgeldboete tussen 360.000 en 600.000 euro. Wanneer verzachtende omstandigheden aangenomen worden, wordt de straf vervangen door een straf van niveau 1 of 2. Bij misdrijven van niveau 3 kan normaliter ook een maximale bijkomende geldboete van 10.000 euro worden opgelegd, maar bij subsidiefraude gelden afwijkende maxima:
Gedraging Maximale geldboete (te vermenigvuldigen met 1,25 bij toepassing van de opdeciemen) Onjuiste/onvolledige verklaring 400.000 euro (800.000 euro indien subsidie effectief ontvangen/behouden) Nalaten te informeren 120.000 euro Oneigenlijke aanwending 600.000 euroRechtspraak en valkuilen in de praktijk
In wezen vormt artikel 691 van het Strafwetboek dus een integrale overname van de inhoud van het KB van 31 mei 1933. De strafbaarstelling van subsidiefraude kent (en kende altijd al) een ruim toepassingsgebied.
De rechtspraak van de afgelopen jaren – die nog steeds standhoudt gelet op de overname in het Strafwetboek van de regeling uit het KB van 31 mei 1933 – laat ook zien hoe belangrijk het is om zorgvuldig te handelen wanneer men een subsidie aanvraagt of bekomt.
Zo maakt het tijdelijk overmaken van een subsidiebedrag naar een beleggingsrekening, in afwachting van de start van het project maar binnen de uitvoeringstermijn waarvoor de subsidie was bekomen, een strafbare oneigenlijke aanwending van de subsidie uit. Ook al gebeurt dat met het oog op goed financieel beheer, dan nog kan dit tot veroordeling en de verplichting tot teruggave leiden. Ook ondernemers die voor hun vennootschap een subsidie bekomen en vervolgens hun bedrijf verkopen, doen er goed aan de nodige aandacht en beschermingsmechanismen in te bouwen. Wanneer de subsidie integraal wordt meegenomen bij het bepalen van de verkoopprijs en de latere koper de subsidie vervolgens niet correct aanwendt, kan de verkoper strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. Hetzelfde geldt voor de koper van een bedrijf die, op basis van eerder foutief afgelegde verklaringen, een subsidie ontvangt. Ondanks een eventuele vrijspraak van de koper kan de subsidie wel worden ingetrokken, wat ontegensprekelijk aanleiding geeft tot discussies in het kader van de verkoop. Deze voorbeelden tonen aan dat men zich snel en vaak onbewust in een subsidiemoeras kan bevinden.
Vlaamse variant en bestuurlijke handhaving
Vanuit de Vlaamse bezorgdheid dat subsidiefraudedossiers geen strafrechtelijke prioriteit vormen voor het Openbaar Ministerie en dus amper vervolgd worden, is er een voorontwerp van wijzigingsdecreet hangende dat de aanpak van subsidiefraude op Vlaams niveau verder aanscherpt.
Invoering Vlaams subsidiemisdrijf (nieuw art. 104/3 KVH
Het voorontwerp van decreet beoogt de invoering van een eigen Vlaams subsidiemisdrijf in het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 ("KVH") (art. 104/3). Vlaanderen neemt daarbij zowel de misdrijfomschrijving als de strafmaat over uit het federale subsidiemisdrijf van artikel 691 van het Strafwetboek. Deze Vlaamse variant van subsidiefraude wordt in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat de Vlaamse handhaver een alternatieve bestuurlijke sanctie kan opleggen bij seponering of stilzitten van het Openbaar Ministerie. Vlaanderen kan immers alleen in een alternatieve bestuurlijke sanctie voorzien voor gedragingen die door de deelstaat zelf als misdrijf zijn aangeduid.
De beboetingsinstanties kunnen ook pas tot bestuurlijke vervolging overgaan wanneer het Openbaar Ministerie seponeert of gedurende drie maanden (verlengbaar tot maximaal één jaar) niets van zich laat horen (art. 38 KVH).
De alternatieve bestuurlijke geldboeten bedragen:
Rechtspersonen Natuurlijke personen Minimum 250 euro 250 euro Maximum 750.000 euro 500.000 euroDaarnaast zijn bijkomende sancties mogelijk, namelijk de bestuurlijke verbeurdverklaring (onder andere van het brutovermogensvoordeel) en de uitsluiting van steun voor een termijn van maximaal vijf jaar.
Integriteitsvoorwaarde bij subsidieverlening
Het voorontwerp beoogt verder de invoering van een integriteitsvoorwaarde om te voorkomen dat Vlaamse subsidies worden toegekend aan personen of organisaties die betrokken zijn bij, steun verlenen aan of oproepen tot gewelddadige radicalisering, extremisme of terrorisme. De controle verloopt via twee kanalen:
-
Ex ante door de Inspectie van Financiën: bij elke subsidieaanvraag waarvoor advies vereist is, doet de Inspectie van Financiën een hit/no-hit-bevraging bij het OCAD en de federale politie om na te gaan of de aanvrager bekend is in het kader van gewelddadig extremisme, radicalisering of terrorisme.
-
Ex post: tijdens controleprocedures wordt dezelfde bevraging uitgevoerd ten aanzien van reeds toegekende subsidies.
Bij een positieve hit is de bevoegde dienst verplicht een integriteitsonderzoek te voeren. De verdere uitbetaling van subsidies wordt opgeschort voor de duur van het onderzoek (maximaal 50 werkdagen). Bij bewezen misbruik worden reeds uitbetaalde bedragen teruggevorderd. De Vlaamse Regering beslist uiteindelijk over de weigering, schorsing, opheffing of terugvordering van de subsidie.
Conclusie
Het voorontwerp van decreet doorloopt momenteel nog de adviesfase bij de SERV. De richting is evenwel duidelijk: federaal krijgt het misdrijf van subsidiefraude meer zichtbaarheid, en Vlaanderen vult dit aan met een bestuurlijk alternatief dat ervoor zorgt dat ook bij seponering een sanctie kan volgen. Wie zich dus aan subsidiefraude waagt, kan daar stevige financiële gevolgen van ondervinden.
Authors:
- Tom Bauwens, Partner at Eubelius
- Katrijn Veeckmans, Advocaat at Eubelius