Hof van Cassatie trekt een streep onder cumul van bepaalde ontslagvergoedingen
Het Hof van Cassatie oordeelde op 12 oktober 2026 in drie arresten over de cumuleerbaarheid van bepaalde ontslagvergoedingen.
In alle drie de zaken wees het Hof de cumulatie af.
Volgens het Hof is niet de juridische kwalificatie van de vordering doorslaggevend, maar de schade die wordt vergoed. Vergoedingen die dezelfde schade herstellen, kunnen niet worden gecumuleerd.
Deze arresten zijn gunstig voor werkgevers. Hieronder bespreekt Lydian de drie uitspraken en hun belang voor werkgevers.
Kennelijk onredelijk ontslag (cao nr. 109) en rechtsmisbruik
In het eerste arrest had een werknemer in hoger beroep zowel een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag op grond van cao nr. 109 als een afzonderlijke vergoeding wegens rechtsmisbruik gekregen.
De feitenrechter baseerde zich daarbij op het feit dat de werkgever eerst verschillende disciplinaire sancties had opgelegd, de werknemer vervolgens nog drie maanden had laten voortwerken en hem daarna alsnog op basis van dezelfde feiten had ontslagen. Bovendien was de werknemer vooraf niet opnieuw gehoord.
Het Hof van Cassatie bevestigt dat een vergoeding wegens rechtsmisbruik in principe kan worden gecumuleerd met een ontslagvergoeding. Dat geldt echter niet wanneer beide vergoedingen steunen op exact dezelfde feiten en dezelfde beoordeling daarvan.
Omdat zowel het kennelijk onredelijk ontslag als het vermeende rechtsmisbruik voortvloeiden uit dezelfde feitenconstellatie, werd in werkelijkheid dezelfde schade vergoed. Een cumulatie van beide vergoedingen was daarom niet mogelijk.
Kennelijk onredelijk ontslag en discriminatie wegens gezondheidstoestand
Het tweede arrest betrof een werknemer die werd ontslagen wegens zijn gezondheidstoestand. De feitenrechter oordeelde dat het ontslag discriminatoir was en kende op die basis een forfaitaire discriminatievergoeding gelijk aan zes maanden brutoloon toe. Daarnaast kende hij ook een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag toe op basis van cao nr. 109.
Artikel 9, lid 3, van cao nr. 109 bepaalt uitdrukkelijk dat deze schadevergoeding niet cumuleerbaar is met enige andere vergoeding die verschuldigd is door de werkgever naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met uitzondering van een opzeggingsvergoeding, een niet-concurrentievergoeding, een uitwinningsvergoeding of een aanvullende vergoeding die bovenop de sociale uitkeringen wordt betaald.
Het Hof van Cassatie bevestigt dat een forfaitaire discriminatievergoeding niet onder de cumulmogelijkheid valt.
Het Hof stelt daarnaast vast dat de kennelijke onredelijkheid van het ontslag uitsluitend werd afgeleid uit de vastgestelde discriminatie.
Met andere woorden: de kennelijke onredelijkheid was geen bijkomende ontslaggrond, maar het rechtstreekse gevolg van de discriminatie. In die situatie herstellen beide vergoedingen dezelfde schade en is cumulatie uitgesloten.
Beschermingsvergoeding beschermde werknemer en discriminatie wegens syndicale overtuiging
Het derde arrest ging over een personeelsafgevaardigde die werd ontslagen zonder naleving van de bijzondere ontslagbescherming van de Wet van 19 maart 1991. Omdat de feitenrechter oordeelde dat het ontslag verband hield met het syndicaal mandaat, kende hij zowel de beschermingsvergoeding als een discriminatievergoeding wegens syndicale overtuiging toe.
Het Hof van Cassatie besluit op basis van de ontstaansgeschiedenis van de wetgeving dat de ontslagbescherming voor personeelsafgevaardigden in essentie een specifieke toepassing vormt van het algemene verbod op discriminatie wegens syndicale overtuiging.
Beide regelingen beschermen de personeelsafgevaardigde tegen hetzelfde risico en vergoeden in beginsel dezelfde materiële en morele schade. Wanneer het ontslag precies voortvloeit uit de syndicale hoedanigheid van de werknemer, kan bovenop de beschermingsvergoeding dus geen afzonderlijke forfaitaire discriminatievergoeding gelijk aan zes maanden brutoloon meer worden toegekend.
Wat dit betekent voor werkgevers?
De arresten bieden werkgevers meer houvast bij het inschatten van de financiële risico’s van ontslagvorderingen en bieden argumenten om een dubbele vergoeding voor hetzelfde ontslag te betwisten.
Wanneer verschillende vergoedingen gebaseerd zijn op dezelfde feiten en dezelfde onderliggende redenering, zal een cumulatie dus niet mogelijk zijn. Werknemers kunnen dan niet meerdere keren worden vergoed voor hetzelfde nadeel. Daarom moet telkens worden nagegaan of de verschillende vorderingen uiteenlopende schade vergoeden dan wel slechts andere juridische kwalificaties geven aan dezelfde feiten. Volgens de recente cassatierechtspraak kunnen vergoedingen alleen in het eerste geval worden gecumuleerd.
Authors:
- Isabel Plets, Of Counsel at Lydian
- Bram Verbelen, Associate at Lydian