09/10/26

Nieuwe wetten en cijfers kunnen gevolgen hebben voor werkgevers in België

België introduceert een nieuw kader voor grensarbeiders

België heeft zijn immigratieregelingen herzien voor personen die in België werken en tegelijkertijd in een buurland wonen. De nieuwe regels, die van kracht zijn sinds 15 augustus 2026, zijn met name belangrijk voor werkgevers die internationale en mobiele werknemers in dienst hebben.

Het begrip grensoverschrijdend werk is verruimd en omvat nu expliciet werknemers, zelfstandigen en gedetacheerde werknemers. Het onderliggende principe blijft dat België de werkplek is, niet het land van verblijf van de werknemer. De werknemer moet daarom zijn of haar hoofdverblijfplaats in het buitenland behouden en daar in de regel regelmatig terugkeren.

De administratieve procedure is afhankelijk van de nationaliteit en het land van verblijf van de werknemer. EU/EER- en Zwitserse burgers profiteren van een vereenvoudigde regeling zonder extra gemeentelijke registratieformaliteiten.

Voor burgers van derde landen die legaal in Frankrijk, Duitsland, Luxemburg of Nederland verblijven, is een nieuwe bijlage 64 ingevoerd. Deze kan worden afgegeven voor de duur van het dienstverband, tot maximaal één jaar, en kan vervolgens worden verlengd.

Voor werknemers die in het Verenigd Koninkrijk wonen en niet onder de Brexit-overeenkomst vallen, geldt een andere procedure. Zij moeten doorgaans een specifiek visum voor langdurig verblijf aanvragen via de Belgische diplomatieke of consulaire autoriteiten.

De hervorming betreft alleen de immigratieformaliteiten. De noodzaak om de vereiste Belgische werkvergunning of beroepskaart te verkrijgen blijft bestaan.

Voor werkgevers is dit daarom een goed moment om de bestaande grensoverschrijdende regelingen te herzien en te controleren of de juiste immigratie- en werkdocumenten aanwezig zijn.

Hervorming van het Belgisch sociaal strafrecht

Vanaf 1 september 2026 zijn diverse belangrijke wijzigingen in het Belgisch Sociaal Strafwetboek van kracht, in lijn met de bredere hervorming van het Belgisch strafrecht. Een van de belangrijkste wijzigingen betreft de verjaringstermijn voor administratieve boetes. Voor overtredingen van het sociaal recht die onder sancties van niveau 2, 3 of 4 vallen, hebben de autoriteiten nu 10 jaar in plaats van 5 jaar de tijd om een administratieve boete op te leggen. De mogelijkheid om deze verjaringstermijn te onderbreken door middel van onderzoek of vervolging is eveneens afgeschaft.

De hervorming hervormt ook de beschikbare sancties. De hoogte van de boetes is aangepast aan het nieuwe Wetboek van Strafrecht, terwijl alternatieve straffen, zoals taakstraffen, proeftijd en elektronisch toezicht, zijn opgenomen in het kader van het sociaal strafrecht. Voor de ernstigste overtredingen, niveau 4, kunnen bepaalde alternatieve straffen of gevangenisstraf worden gecombineerd met een boete.

Voor werkgevers is de verlengde verjaringstermijn met name relevant. Potentiële aansprakelijkheid na een sociale inspectie kan nu aanzienlijk langer bestaan, waardoor een goede registratie en naleving op lange termijn steeds belangrijker worden. Werkgevers dienen daarom hun procedures voor naleving van de sociale wetgeving te herzien en ervoor te zorgen dat relevante arbeids- en loonadministratiedocumentatie gedurende een voldoende lange periode wordt bewaard en gemakkelijk toegankelijk is.

Collectieve ontslagen blijven een zware last vormen voor de Belgische arbeidsmarkt

Het Belgische federale overheidsagentschap voor werkgelegenheid, arbeid en sociale dialoog heeft onlangs de cijfers over collectieve ontslagen in België voor de eerste helft van 2026 gepubliceerd. Het rapport geeft een overzicht van de aangekondigde en afgeronde collectieve ontslagprocedures tussen januari en juni 2026, met een uitsplitsing per regio, provincie en sector. De cijfers tonen aan dat collectieve ontslagen nog steeds een aanzienlijke impact hebben op de Belgische arbeidsmarkt. In deze periode hebben 63 technische bedrijfseenheden een informatie- en consultatieprocedure gestart, waarbij meer dan 5.000 werknemers werden getroffen.

De impact is niet gelijk verdeeld over het land. Vlaanderen was duidelijk de meest getroffen regio, gevolgd door Wallonië en Brussel. Antwerpen en Henegouwen werden bijzonder zwaar getroffen. De cijfers zijn echter gebaseerd op de locatie van de technische bedrijfseenheid en komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de daadwerkelijke werkplek van de werknemers.

Er zijn ook aanzienlijke verschillen tussen sectoren. Transport en logistiek werden bijzonder zwaar getroffen, met grote herstructureringsprojecten bij bedrijven als Nike en UPS. Ook in de metaalverwerkende industrie, de chemische industrie, de detailhandel en de voedingsmiddelenindustrie werden collectieve ontslagen aangekondigd.

Belangrijk is dat een aankondiging niet noodzakelijkerwijs betekent dat alle voorgenomen ontslagen uiteindelijk ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. De informatie- en consultatieprocedure kan leiden tot een vermindering van het aantal ontslagen. Dit bleek ook uit de procedures die in de eerste helft van 2026 werden afgerond.

Het consultatieproces kost bovendien tijd: afgeronde procedures duurden gemiddeld 72 dagen, waarbij bijna 90% binnen vier maanden werd afgerond.

Deze cijfers bevestigen dat herstructurering in 2026 een belangrijk thema blijft voor Belgische werkgevers en werknemers.

Authors:

  • Leila Mstoian, Partner at Andersen
  • Youssra Andaloussi, Counsel at Andersen
dotted_texture