Overdracht van schuldvorderingen: het principe
Schuldvorderingen zijn in principe vrij overdraagbaar, tenzij de wet of de aard en strekking van de schuldvordering zich daartegen verzetten. Ook een schuldvordering die in rechte wordt betwist, kan worden overgedragen. De overnemer treedt dan in de procespositie van de overdrager en kan bijgevolg alle proceshandelingen verrichten die de overdrager had kunnen verrichten, zoals het instellen van hoger beroep, ook al was de overnemer geen procespartij in eerste aanleg (Cass. 23 september 2022, F.20.0119.N).
Het naastingsrecht: een rem op speculatie
De wetgever wenst te vermijden dat betwiste schuldvorderingen het voorwerp worden van speculatieve transacties. Daarom kent hij de schuldenaar een zogeheten naastingsrecht toe. Dat recht houdt in dat de schuldenaar zich onder bepaalde voorwaarden kan bevrijden door aan de overnemer niet het volledige betwiste bedrag te betalen (bijvoorbeeld 1.000 euro), maar slechts de – doorgaans lagere – prijs die de overnemer aan de overdrager heeft betaald (bijvoorbeeld 300 euro). Het naastingsrecht biedt de schuldenaar zo een financieel schild tegen overdrachten die louter gericht zijn op winst(speculatie) uit een lopend geschil.
Voorwaarden voor het naastingsrecht
De schuldenaar kan het naastingsrecht slechts uitoefenen indien aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan voordat de overdracht van de schuldvordering plaatsvindt: ten eerste moet reeds een gerechtelijke procedure over de schuldvordering zijn ingeleid, en ten tweede moet de schuldenaar de schuldvordering in een procedurele akte daadwerkelijk hebben betwist.
Daarnaast geldt het naastingsrecht uitsluitend wanneer de overdracht van de betwiste schuldvordering tegen betaling van een prijs is overeengekomen. Gebeurt de overdracht om niet of in de vorm van een ruil, dan kan de schuldenaar zich niet op het naastingsrecht beroepen.
Prijsbepaling als twistpunt
Het vereiste dat de overdracht plaatsvindt tegen betaling van een prijs, geeft in de praktijk aanleiding tot herhaalde discussies, in het bijzonder wanneer de betwiste schuldvordering deel uitmaakt van een ruimer geheel.
Wordt een betwiste schuldvordering overgedragen als onderdeel van een feitelijke algemeenheid van goederen (een geheel van activa) tegen één globale prijs, dan kan de schuldenaar het naastingsrecht slechts uitoefenen indien de werkelijke prijs van de individuele schuldvordering door partijen bepaald is of bepaalbaar is. De feitenrechter stelt in principe onaantastbaar vast of de prijs van de individuele schuldvordering kan worden afgeleid uit de gemeenschappelijke bedoeling van partijen, zoals die onder meer uit de bewoordingen van de overeenkomst blijkt. De rechter mag zich daarbij evenwel niet in de plaats van de partijen stellen en kan niet zelf naar billijkheid een prijs bepalen (Cass. 30 november 2023, C.23.0255.N).
Recente verfijning door het Hof van Cassatie
In een recent arrest heeft het Hof van Cassatie de maatstaf verder verfijnd. Het Hof oordeelde dat de werkelijke prijs voor de overdracht van een betwiste schuldvordering “door de bij die overdracht betrokken partijen gekend moet zijn of redelijkerwijze kan worden bepaald” (Cass. 6 januari 2026, P.25.1384.N). Zo zou een feitenrechter in het geval van twee opeenvolgende overdrachten van eenzelfde schuldvordering kunnen vaststellen dat de prijs voor de overdracht van een schuldvordering bestaat in een bedrag dat de overnemer – in plaats van de tussenliggende overnemer/overdrager – rechtstreeks aan een vorige overdrager heeft betaald.
Praktische relevantie
De hierboven besproken rechtspraak is van direct belang voor een brede waaier aan transacties, waaronder de overdracht van een juridische of feitelijke algemeenheid (zoals een handelszaak), de overdracht van schuldvorderingen aan gespecialiseerde incassobureaus, de overdracht van kredietportefeuilles tussen kredietinstellingen, de overdracht van verzekeringsportefeuilles, procesfinanciering door derden (third-party litigation funding) alsook fusies en splitsingen.
Wie bij dergelijke transacties betwiste schuldvorderingen verwerft, doet er goed aan de prijsbepaling met zorg te documenteren; zo niet kan het naastingsrecht een onverwacht financieel risico vormen.
Indien u uw specifieke situatie wenst te bespreken, neem dan gerust contact op met Eubelius.
Authors:
- Ignace Claeys, Partner at Eubelius
- Thijs Tanghe, Counsel at Eubelius
- Camille Desmet, Advocaat at Eubelius