Zoals eerder al gesignaleerd, werd Boek 7 BW inzake bijzondere contracten op 16 juli 2026 in de Kamer goedgekeurd. In deze bijdrage wordt specifiek ingegaan op de belangrijkste nieuwigheden voor koopcontracten.
Eén conformiteitsbegrip: geen onderscheid meer tussen zichtbare en verborgen gebreken
Een van de grootste innovaties is de invoering van één enkel conformiteitsbegrip. Onder het oude recht bepaalde de aard van het gebrek welk regime van toepassing was: zichtbare gebreken en niet-conforme leveringen volgden andere regels (en andere termijnen en sancties) dan verborgen gebreken. Dat onderscheid gaf in de praktijk vaak aanleiding tot discussie. Boek 7 BW schaft dat dubbele regime af: voortaan geldt voor alle gebreken één uniforme regeling. Een verkocht goed is conform of niet-conform.
Een goed is conform als het beantwoordt (i) aan wat het contract bepaalt, én (ii) aan wat de koper redelijkerwijs mag verwachten (gelet op onder meer de aard van het goed, de normale levensduur en het gewoonlijke gebruik).
De verbintenis tot conforme levering betekent concreet dat de verkoper instaat voor elk conformiteitsgebrek dat minstens in de kiem aanwezig was bij de levering, ook als het gebrek pas later aan het licht komt, ook als de verkoper er geen kennis van kon hebben, en zelfs als het door overmacht werd veroorzaakt. Gebreken die pas ná de levering ontstaan, zijn evenwel voor rekening van de koper.
Nieuw sanctiemechanisme bij conformiteitsgebreken
Levert de verkoper geen conform goed, dan kan de koper terugvallen op de sancties wegens wanprestatie uit Boek 5 BW: uitvoering in natura (inclusief het herstel van het gebrek of vervanging van het goed), schadeherstel, prijsvermindering, opschorting van de eigen prestatie of ontbinding van de koopovereenkomst.
Nieuw is dus dat het afwijkende sanctieregime voor verborgen gebreken verdwijnt: onder het oude recht kon de koper bij een verborgen gebrek in principe kiezen tussen ontbinding of prijsvermindering. Er was als zodanig geen recht op herstel of vervanging van het gebrekkige goed. Voortaan kan herstel of vervanging wel een oplossing zijn. Ook het recht op schadevergoeding wijzigt: de koper heeft in beginsel recht op volledig herstel van zijn schade, ongeacht of de verkoper te goeder of te kwader trouw was.
Nieuwe termijnen: reageer tijdig!
Boek 7 BW werkt met een systeem van vier termijnen bij een conformiteitsgebrek:
- Een vrijwaringstermijn van tien jaar vanaf de levering: enkel gebreken die binnen die periode aan het licht komen, geven recht op vrijwaring door de verkoper.
- Een kennisgevingstermijn: de koper moet het gebrek binnen een redelijke termijn na de ontdekking melden aan de verkoper. De invulling van die redelijke termijn zal afhangen van het concrete geval, rekening houdend met onder meer de aard van het goed, de aard van het conformiteitsgebrek, de hoedanigheid van de partijen en de gebruiken. Voor consumenten bedraagt die termijn wel minstens twee maanden vanaf de vaststelling van het gebrek. Meldt de koper het gebrek niet tijdig, dan verliest hij in principe het recht om zich op het gebrek te beroepen, tenzij de verkoper kennis had van het conformiteitsgebrek.
- Een verjaringstermijn van twee jaar vanaf de voormelde kennisgeving om een vordering in te stellen. Die verjaringstermijn wordt evenwel geschorst gedurende voldoende ernstige onderhandelingen tussen de partijen of een gerechtelijk of tegensprekelijk buitengerechtelijk deskundigenonderzoek.
- Een uiterste vervaltermijn: het recht van de koper vervalt hoe dan ook tien jaar en drie maanden na de levering. Binnen die termijn moet er dus sowieso een vordering worden ingesteld.
Tijdig en aantoonbaar reageren wordt met andere woorden cruciaal voor de koper die met een conformiteitsgebrek wordt geconfronteerd.
Aansprakelijkheid voor niet-conformiteit: uitsluiten of beperken?
Aangezien de meeste koopregels van aanvullend recht zijn, kunnen partijen de omvang van de aansprakelijkheid voor conformiteitsgebreken contractueel invullen, beperken of uitbreiden. Nieuw is dat ook de verkoper-fabrikant en de gespecialiseerde verkoper zich in principe kunnen bevrijden voor verborgen gebreken: er wordt dus afstand genomen van de andersluidende rechtspraak onder het oude BW.
Die contractvrijheid kent wel een aantal belangrijke grenzen. Zo zijn de conformiteitsregels bij een consumentenkoop dwingend geregeld ten voordele van consumenten. Daarnaast blijven de algemene grenzen voor bevrijdingsbedingen gelden. In dat opzicht kan een partij zich bijvoorbeeld niet bevrijden voor haar opzettelijke fouten en voor tekortkomingen die het leven of de fysieke (en binnenkort ook de psychische) integriteit aantasten. Evenmin mag het contract worden uitgehold. Een zorgvuldige redactie van garantie- en aansprakelijkheidsclausules blijft dus essentieel.
Risico gaat pas over bij de levering
Onder het oude kooprecht ging het risico in principe samen met de eigendom over, dus vaak al bij het sluiten van het contract, ook al was het goed nog niet geleverd. Dat werd soms als onbillijk ervaren: ging een gekocht maar nog niet geleverd goed door overmacht teniet (bijvoorbeeld bij brand), dan bleef de koper de koopprijs verschuldigd.
Onder de nieuwe regels zal het risico evenwel pas overgaan bij de levering van het goed. Gaat het goed aldus vóór de levering door overmacht teniet, dan moet de koper de prijs niet (meer) betalen.
Partijen kunnen over de risico-overdracht ook contractuele afspraken maken, wat in bepaalde contexten reeds een courante praktijk is.
Verkoop van andermans goed is geen grond tot nietigheid
De verkoop van andermans goed is niet langer een grond tot nietigheid van de koop. De bescherming van de koper verloopt voortaan via de vrijwaring voor uitwinning. De sancties wegens wanprestatie (waaronder de ontbinding) zullen dus toe te passen zijn ten aanzien van de verkoper die andermans goed verkoopt.
Vereenvoudiging van de benadeling van de verkoper bij de verkoop van een onroerend goed
Inzake de benadeling bij de verkoop van een onroerend goed wordt de drempel vereenvoudigd: er is sprake van benadeling wanneer de verkoper minder dan 40% van de normale verkoopwaarde ontvangt en dus voor meer dan 60% wordt benadeeld. De drempel van 7/12 gaat dus op de schop. Daarnaast wordt de procedure vereenvoudigd. Zo is een college van drie deskundigen niet langer vereist.
Authors:
- Thijs Tanghe, Eubelius
- Siel Demeyere, Eubelius
- Emma De Clercq, Eubelius