Een recent vonnis bevestigt dat een fiscale (btw-)boete vernietigd kan worden indien een uitstel verleend had kunnen worden voor deze sanctie op grond van de concrete feitelijke omstandigheden, maar de fiscale wet niet voorziet in deze sanctie. Deze rechtspraak toont wederom aan dat fiscale sancties aangevochten kunnen worden mits de juist opgebouwde verdediging.
Uitstel of opschorting van de fiscale sanctie
In tegenstelling tot het gemeen strafrecht, voorziet de fiscale wetgeving niet in de mogelijkheid om opschorting van de uitspraak of uitstel van de tenuitvoerlegging toe te kennen voor fiscale geldboeten. Het Grondwettelijk Hof oordeelde herhaaldelijk (arresten nr. 157/2008, 13/2013 en 32/2020) dat deze leemte onbestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 Grondwet, gelezen in samenhang met artikel 6 EVRM, voor zover de opgelegde sanctie een strafrechtelijk karakter vertoont.
Een interessant vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant (3 november 2025) geeft meer inkijk.
Een vastgoedvennootschap had de btw op de oprichting van een gemengd gebouw integraal in aftrek gebracht, terwijl de woongelegenheden onder de btw-vrijstelling van artikel 44, §3, 2° W.BTW vielen. Na controle aanvaardde de vennootschap de regularisatie, doch zij betwistte de proportionele geldboete van 35.270 EUR (artikel 70, §1bis W.BTW), waarvan de kwijtschelding op grond van het Regentsbesluit van 18 maart 1831 haar door de Administratie was geweigerd.
De rechtbank onderzoekt — overeenkomstig het door het Grondwettelijk Hof uitgetekende kader — of uitstel zou zijn verleend mocht de wet daarin hebben voorzien. Gelet op (i) de afwezigheid van antecedenten, (ii) de erkenning van de inbreuken en (iii) de actieve medewerking t.a.v. de Administratie, beantwoordt de rechtbank deze vraag bevestigend. Bij gebrek aan een wettelijke uitstelregeling weigert de rechtbank artikel 70 W.BTW toe te passen en vernietigt zij de boete integraal.
Praktische relevantie
Het vonnis bevestigt dat een belastingplichtige die te goeder trouw handelt en samenwerkt met de Administratie, met succes kan opkomen tegen een proportionele btw-boete door zich te beroepen op de ongrondwettigheid van artikel 70 W.BTW. De uitkomst blijft uiteraard afhankelijk van de concrete feiten — met name het ontbreken van antecedenten en van enig oogmerk om de belasting te ontduiken.
Auteurs: Tayfun Anil, Vincent Vercauteren, Christophe Dillen, Hrachia Petrosyan (Tiberghien)