22/09/10

De invoering van het Sociaal Strafwetboek

De wet tot invoering van het Sociaal Strafwetboek werd op 1 juli 2010 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Door de invoering van het Sociaal Strafwetboek beoogt de wetgever een overzichtelijk en gecoördineerd geheel te maken van de sancties die kunnen toegepast worden bij inbreuken op het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht.

Voor een zeer groot aantal wettelijke en reglementaire verplichtingen opgenomen in het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht kunnen administratieve geldboeten of strafsancties opgelegd worden. De administratieve geldboeten werden samengebundeld in de wet van 30 juni 1971. Dit belet nochtans niet dat er een zeer grote variëteit bestaat wat de bedragen van de mogelijke administratieve geldboeten betreft. De mogelijke strafrechtelijke sancties zijn nog veel minder overzichtelijk omdat deze telkens afzonderlijk opgenomen zijn in de desbetreffende wetten. Het gevolg daarvan is een heel gamma van strafrechtelijk geldboetes en gevangenisstraffen die erg veel van elkaar kunnen verschillen. Ook de regelingen inzake de te volgen procedures zijn verspreid over het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de wetgeving inzake de inspectiediensten.

Het Sociaal Strafwetboek (abstractie makend van de wijzigingsbepalingen en de opheffingsbepalingen, in totaal 237 artikelen) beoogt deze onoverzichtelijke warboel om te vormen tot een gecoördineerd geheel door 1) de bepalingen betreffende de drie onderscheiden fases betreffende de eventuele toepassing van sancties (onderzoek – beslissing – vervolging) samen te brengen; 2) alle inbreuken van het sociaal strafrecht exhaustief op te sommen in een thematische opdeling; en 3) de sancties op te delen in 4 niveaus al naargelang de geoordeelde ernst van de inbreuken. Daarbij dient wel voor ogen te worden gehouden dat, ten gevolge van de federale staatsstructuur, het Sociaal Strafwetboek enkel inbreuken op de sociale wetgeving die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoort, bestraft / kan bestraffen.

In de onderzoeksfase behouden de inspectiediensten hun belangrijke rol, zoals deze reeds in 2006 werd uitgebreid. Nochtans wordt uitdrukkelijk bepaald dat zij hun bevoegdheden enkel kunnen aanwenden voor het opsporen van inbreuken opgenomen in het Sociaal Strafwetboek en dat de gebruikte middelen moeten aangepast zijn aan de noden van het onderzoek. Bijkomende maatregelen werden voorzien ter bescherming van de persoon of de inrichting die het voorwerp van het onderzoek is, en dit eveneens in de administratieve fase van het onderzoek. Daarbij liet de wetgever zich inspireren door de wet-Franchimont. Voor een aantal onderzoeksdaden zullen de inspectiediensten zich in de toekomst voorafgaandelijk dienen te wenden tot de onderzoeksrechter, die de politierechter vervangt.
Voor zover strafrechtelijke sancties worden voorzien, beslist het Openbaar Ministerie in eerste instantie welk gevolg zij wil geven aan een inbreuk. In dergelijk geval kan de bevoegde Administratie beslissen over het al dan niet opleggen van een administratieve geldboete, enkel indien het Openbaar Ministerie besliste om de zaak te seponeren of indien het Openbaar Ministerie na zes maanden haar beslissing nog niet mededeelde.
Voor strafrechtelijke vervolging is de correctionele rechtbank bevoegd. Geschillen inzake administratieve geldboetes worden beslecht door de arbeidsrechtbank.

Alle inbreuken en overtredingen die vatbaar zijn voor een administratieve geldboete en/of voor een strafrechtelijke sanctie worden samengebracht in Boek II van het Sociaal Strafwetboek volgens een thematische indeling: inbreuken tegen de persoon van de werknemer, inbreuken met betrekking tot de arbeidstijd, inbreuken in verband met andere arbeidsvoorwaarden, illegale arbeid, niet-aangegeven arbeid, inbreuken betreffende de sociale documenten, inbreuken betreffende de collectieve arbeidsbetrekkingen, inbreuken met betrekking tot het toezicht, inbreuken betreffende de sociale zekerheid, inbreuken van valsheid, van het gebruik van valse stukken, van onjuiste of onvolledige verklaringen en van oplichting in het sociaal strafrecht.
Door deze werkwijze worden problemen in verband met het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel veelal vermeden. In de huidige stand van zaken worden strafbare feiten in vele wetten op een algemene wijze gedefinieerd in de zin van “alle overtredingen op de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan worden bestraft met een straf van …”. Door een meer verfijnde omschrijving van het strafbaar feit neemt ook de rechtszekerheid toe en kan bij de bestraffing beter rekening gehouden worden met de ernst van de inbreuk.

Daar waar de huidige wetgeving gekenmerkt wordt door een zeer grote variëteit zowel van administratieve geldboetes, als van strafrechtelijke geldboetes en gevangenisstraffen, voert het Sociaal Strafwetboek 4 niveaus in van sancties, die, al naargelang de geoordeelde ernst van de overtreding, toepasselijk zijn op de inbreuken zoals omschreven in het Boek II van het Sociaal Strafwetboek:

Sanctie

Gevangenisstraf

Strafrechtelijke geldboete

Administratieve geldboete

Niveau1

 niet toepasselijk

 niet toepasselijk

€ 10 tot € 100 of € 55 tot € 550 incl. opdec.

Niveau 2

niet toepasselijk

€ 50 tot € 500 of € 275 tot € 2.750 incl. opdec.

€ 25 tot € 250 of € 137,50 tot € 1.375 incl. opdec.

Niveau 3

 niet toepasselijk

€ 100 tot € 1.000 of € 550 tot € 5.550 incl. opdec.

€ 50 tot € 500 of € 275 tot € 2.750 incl. opdec.

Niveau 4

6 maand tot 3 jaar

€ 600 tot € 6.000 of € 3.300 tot € 33.000 incl. opdec.

€ 300 tot € 3.000 of € 1.650 tot € 16.500 incl. opdec.


Het klinkt misschien eigenaardig, maar het Sociaal Strafwetboek leidt aldus tot een depenalisering nu voor de inbreuken van niveau 1 enkel een administratieve geldboete wordt voorzien. In het algemeen dient zeker te worden gesteld dat het belang van de administratieve geldboetes in grote mate toeneemt niet alleen door het feit dat een belangrijk aantal inbreuken enkel door administratieve geldboetes kunnen bestraft worden, maar eveneens door het feit dat voor alle inbreuken, opgesomd in het Sociaal Strafwetboek, administratieve geldboetes kunnen toegepast worden: in tegenstelling tot de huidige wetgeving, gelden deze aldus nu eveneens voor inbreuken inzake sociale zekerheid en inbreuken inzake vakantie en vakantiegeld.
Met dit nieuwe, eenvormig stelsel leidt het Sociaal Strafwetboek in een aantal gevallen tot een verzwaring van de straffen, in andere gevallen tot een vermindering van de mogelijke straffen; de minimale gevangenisstraf van 6 maanden is aanzienlijk hoger dan deze voorzien in de huidige wetgeving waarin in de algemene regel een minimum gevangenisstraf van 8 dagen wordt bepaald; het stelsel van opdeciemen is nu eveneens toepasselijk op de administratieve geldboetes (huidige factor: 5,5), maar ook rekening houdend met de opdeciemen zijn in een belangrijk aantal gevallen de administratieve geldboetes lager dan in het huidig systeem; voor alle inbreuken van niveau 1 zijn enkel administratieve geldboetes toepasselijk, terwijl in het huidig systeem voor deze inbreuken eveneens strafsancties kunnen toegepast worden (bij wijze van voorbeeld: de niet naleving van een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst); voor zover uitdrukkelijk voorzien kunnen zowel de strafrechtelijke geldboetes als de administratieve geldboetes vermenigvuldigd worden met het aantal betrokken werknemers, maar door het Sociaal Strafwetboek wordt die factor in elk geval beperkt tot 100; zowel voor strafrechtelijke sancties als voor administratieve geldboetes kunnen verzachtende omstandigheden in aanmerking genomen worden.

De bijzondere strafsancties (exploitatieverbod – beroepsverbod – bedrijfssluiting) blijven van toepassing in geval van inbreuken van niveau 3 en niveau 4, voor zover deze sancties uitdrukkelijk werden voorzien door de desbetreffende wet.

Het Sociaal Strafwetboek wordt toepasselijk op een nader door de Koning te bepalen datum, maar uiterlijk op 1 juli 2011. De effectieve inwerkingtreding wordt in algemeen niet verwacht voor 1 juli 2011 omdat de uitwerking van de nodige uitvoeringsbesluiten geruime tijd zal in beslag nemen. Een uitzondering hierop geldt wat de inbreuken betreft op algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten, voor zover deze niet door een andere bepaling van het Sociaal Strafwetboek worden gesanctioneerd: voor deze inbreuken wordt het Sociaal Strafwetboek toepasselijk twee jaar na datum van effectieve inwerkingtreding.

dotted_texture