In een arrest van 23 maart 2026 heeft het Hof van Cassatie een belangrijke verduidelijking gegeven betreffende de oprichting van een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) na een conventionele overgang van onderneming, in het kader van de sociale verkiezingen van 2024.
Juridische context
Ondernemingen zijn verplicht sociale verkiezingen te organiseren wanneer zij bepaalde tewerkstellingsdrempels bereiken. Deze drempels worden beoordeeld op basis van het gemiddelde aantal werknemers tijdens een bepaalde referteperiode en moeten worden beoordeeld op het niveau van de technische bedrijfseenheid (TBE), die wordt gedefinieerd op basis van economische en sociale criteria.
Voor de sociale verkiezingen van 2024:
- Liep de referteperiode van 1 oktober 2022 tot en met 30 september 2023;
- Indien een TBE in die periode gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkstelde, dan was zij verplicht sociale verkiezingen te organiseren en een CPBW op te richten.
De moeilijkheid doet zich echter voor wanneer na afloop van deze referteperiode een activiteit wordt overgenomen door een nieuwe werkgever in het kader van een overgang van een onderneming krachtens overeenkomst, overeenkomstig CAO nr. 32bis, waarbij de betrokken werknemers worden overgedragen naar een nieuwe (of andere) TBE.
Feiten
In casu baatte de onderneming meerdere vestigingen (voedingswinkels) uit welke samen één TBE vormden. In het kader van een herstructurering werd een deel van de activiteiten overgenomen door een nieuwe werkgever via een conventionele overgang van onderneming in de zin van CAO nr. 32bis, waarbij de werknemers werden overgedragen naar een nieuwe TBE.
De effectieve overgang van werknemers vond evenwel pas plaats na afloop van de referteperiode voor de sociale verkiezingen van 2024.
Rechtsvraag
De kernvraag was of bij de beoordeling van de wettelijke drempels in het kader van de sociale verkiezing rekening kon worden gehouden met de overgedragen werknemers, hoewel de nieuwe TBE van de overnemer tijdens de referteperiode juridisch gezien nog niet bestond.
De nieuwe werkgever stelde dat hij niet verplicht was om in 2024 sociale verkiezingen te organiseren, omdat:
- De nieuwe TBE juridisch gezien nog niet bestond tijdens de referteperiode, zijn onderneming had op dat moment nog geen werknemers in dienst;
- De overgedragen werknemers gedurende die periode verbonden waren aan een andere TBE, namelijk deze van de overdrager;
- De overgedragen werknemers bijgevolg niet konden worden meegeteld bij de berekening van de wettelijke drempel.
Het Arbeidshof te Brussel volgde deze redenering.
Arrest van het Hof van Cassatie
Het Hof van Cassatie verwerpt deze formalistische benadering en vernietigt het arrest van het Arbeidshof.
Het Hof oordeelt dat bij de beoordeling of er een CPBW moet worden opgericht, rekening moet worden gehouden met de werknemers die tijdens de referteperiode in de overgenomen vestiging werkzaam waren, ook al bestond de nieuwe TBE op dat ogenblik nog niet als zodanig.
Met andere woorden:
- De berekening van het gemiddelde aantal werknemers is niet afhankelijk van het juridisch bestaan van de (nieuwe) TBE tijdens de referteperiode;
- Er moet rekening worden gehouden met de economische en sociale realiteit van de betrokken activiteit, en dus met de werknemers die daar tijdens de referteperiode daadwerkelijk werkzaamheden verrichtten;
- Een overgang van onderneming die leidt tot de overgang van werknemers van de ene TBE naar de andere, kan niet worden aangewend om de verplichtingen inzake sociale verkiezingen te ontwijken.
Praktische gevolgen voor werkgevers
Dit arrest vraagt om extra waakzaamheid bij herstructureringen, franchising en overgang van onderneming:
- Werkgevers moeten na de overdracht steeds een grondige analyse maken van de betrokken TBE en nagaan of de wettelijke drempels worden bereikt, los van het moment waarop een nieuwe juridische structuur tot stand komt;
- De verplichtingen inzake de sociale verkiezingen en de overlegorganen blijven gelden, voor zover de economische realiteit dit rechtvaardigt.
Besluit
Dit arrest bevestigt het Hof van Cassatie een fundamenteel principe: bij de berekening van de tewerkstellingsdrempels voor de sociale verkiezingen moet rekening worden gehouden met de continuïteit van de activiteiten en de tewerkstelling, ongeacht juridische of organisatorische wijzigingen.
Dit artikel werd geschreven door Sema Hasani, Bert Theeuwes en Astrid Caporali.