20/03/26

CSRD en CSDDD: kleiner universum en duidelijkere grenzen

Stel je voor…

Je leidt het ESG team van een grote multinational en finaliseert het geconsolideerde duurzaamheidsrapport over boekjaar 2025.

Enkele maanden geleden namen jullie een onderneming over die niet is onderworpen aan de duurzaamheidsrapportering onder de CSRD. Omdat de nieuwe dochteronderneming voor de overname geen specifieke duurzaamheidsinformatie verzamelde, is de integratie in jullie geconsolideerde duurzaamheidsrapport moeilijker dan verwacht.

Je hoorde echter dat de Europese wetgever wijzigingen heeft aangebracht aan de CSRD en dat je deze onderneming mogelijk niet meteen moet opnemen in jullie duurzaamheidsrapport. Klopt dit?

Even verduidelijken. 

De ‘Corporate Sustainability Reporting Directive’ ('CSRD') verplicht “in-scope” ondernemingen om in hun jaarverslag te rapporteren over duurzaamheidskwesties zoals milieu, sociale rechten en governance.

Onder de bestaande CSRD wordt geen rekening gehouden met wijzigingen in de groepsstructuur. Je moet de duurzaamheidsinformatie van een overgenomen onderneming in principe dus meteen opnemen in het geconsolideerde duurzaamheidsrapport.

Het “Omnibus I”-pakket dat de Europese Commissie heeft aangenomen op 24 februari 2026 grijpt onder andere in op dit punt. Dit pakket brengt ook andere belangrijke wijzigingen met zich mee, zowel voor de CSRD als de ‘Corporate Sustainability Due Diligence Directive’ ('CSDDD'). Die laatste verplicht “in-scope” ondernemingen om passende zorgvuldigheidsmaatregelen op te zetten en uit te voeren voor hun eigen activiteiten, die van hun dochterondernemingen en van partners in hun activiteitenketen.

Wat werd gewijzigd aan de CSRD en CSDDD?

De belangrijkste aanpassingen aan de CSRD zijn de volgende:

  • Kleiner universum. Enkel EU-ondernemingen met een netto-jaaromzet van meer dan 450 miljoen euro en meer dan 1000 werknemers vallen nog onder de CSRD. Niet-EU ondernemingen zijn pas “in-scope” wanneer zij (op groepsniveau) in elk van de laatste twee boekjaren meer dan 450 miljoen euro netto-omzet realiseren in de EU en minstens één EU-dochtervennootschap of EU-bijkantoor hebben dat het voorgaande boekjaar meer dan 200 miljoen netto-omzet behaalde.
  • Vrijwillige standaarden. Ondernemingen die niet langer onder het toepassingsgebied vallen, kunnen op vrijwillige basis rapporteren. De Commissie zal hiervoor vrijwillige standaarden opmaken tegen 19 juli 2026.
  • Bescherming van Kmo’s in de waardeketen. Ondernemingen die moeten rapporteren onder CSRD mogen van contractspartners met minder dan 1.000 werknemers (de “beschermde ondernemingen”) niet méér duurzaamheidsinformatie vragen dan wat in de vrijwillige standaarden zal worden voorzien.
  • Overgangsperiode bij overnames, fusies en exit-events. Omnibus I erkent dat een groepsstructuur die tijdens het boekjaar wijzigt, het rapporteringsproces kan beïnvloeden en laat toe om pragmatisch om te gaan met de consolidatieperimeter in het boekjaar van de wijziging. Bij een overname of fusie kan de moederonderneming zo de duurzaamheidsinformatie over de betrokken entiteit pas in het volgende boekjaar opnemen. Verlaat een dochteronderneming de groep tijdens het boekjaar, dan mag de informatie over deze entiteit meteen worden weggelaten uit het geconsolideerde duurzaamheidsrapport.

Door Omnibus I zal de Commissie ook de European Sustainability Reporting Standards ('ESRS') herzien om deze minder complex en gebruiksvriendelijker te maken.

De EU lidstaten moeten de wijzigingen aan de CSRD tegen 19 maart 2027 omzetten naar nationaal recht. Let wel: tot die omzetting is gebeurd, blijft de oorspronkelijke CSRD van toepassing, zonder overgangsregeling bij overnames, fusies of exit-events. Voor boekjaar 2025 (en tot de omzetting is gebeurd) betekent dit dat je de duurzaamheidsinformatie van de overgenomen onderneming in principe meteen moet opnemen in het geconsolideerde duurzaamheidsrapport.

De belangrijkste aanpassingen aan de CSDDD zijn de volgende:

  • Kleiner universum. Alleen EU-ondernemingen met een wereldwijde netto-omzet van meer dan 1,5 miljard euro en gemiddeld meer dan 5000 werknemers vallen nog onder de CSDDD. Voor niet-EU ondernemingen geldt geen werknemersdrempel. Zij komen maar “in scope” wanneer zij meer dan 1,5 miljard euro netto-omzet realiseren in de EU. Daarnaast gelden ook verhoogde drempels voor ondernemingen die in de EU franchise-of licentieovereenkomsten hebben gesloten.
  • Afzwakking van de due diligence-aanpak. Een “risico-gebaseerde” aanpak volstaat voortaan, zodat ondernemingen moeten focussen op de onderdelen van hun activiteitenketen waar een negatieve impact het meest waarschijnlijk (of het meest ernstig) is. Zij moeten zich voor de analyse in eerste instantie baseren op beschikbare informatie om het aantal informatieverzoeken aan kleinere ondernemingen te beperken.
  • Afschaffing van het klimaattransitieplan. De verplichting om een eigen klimaattransitieplan op te stellen, werd geschrapt.
  • Geen uniform aansprakelijkheidsregime. Het geharmoniseerde EU‑aansprakelijkheidsregime werd geschrapt.

De EU lidstaten moeten de wijzigingen aan de CSDDD omzetten tegen 26 juli 2028.

Concreet.

  • Omnibus I heeft belangrijke wijzigingen aangebracht aan de CSRD en CSDDD. Het toepassingsgebied van beide richtlijnen is sterk beperkt en het "doorsijpeleffect" van de verplichtingen naar ondernemingen out-of-scope werd begrensd.
  • De gewijzigde CSRD voorziet in een overgangsregeling bij overnames, waardoor je de overgenomen activiteiten pas vanaf het volgende boekjaar moet opnemen in het geconsolideerde duurzaamheidsrapport. Dit kan post-closing integraties sterk vereenvoudigen.
  • De nieuwe regels moeten nu worden omgezet door de EU lidstaten tegen 19 maart 2027 (CSRD) en 26 juli 2028 (CSDDD). Tot de omzetting is gebeurd, blijven de bestaande regels van toepassing en moet een overgenomen onderneming in principe meteen worden geïntegreerd in het geconsolideerde duurzaamheidsrapport.
dotted_texture