09/03/26

Geleidelijke afschaffing van het huwelijksquotiënt – welke impact op uw fiscale situatie?

Het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting, dat op 14 januari 2026 bij het Parlement werd ingediend, voorziet in de geleidelijke afschaffing van het mechanisme van het huwelijksquotiënt. Indien deze maatregel wordt aangenomen, zal zij een aanzienlijke impact hebben op de fiscale situatie van talrijke eenverdienersgezinnen of koppels met sterk ongelijke inkomens.

De voorgestelde maatregelen 

Het huwelijksquotiënt, dat van toepassing is op gehuwde koppels en wettelijk samenwonenden, laat vandaag toe om fictief tot 30 % van het beroepsinkomen van de partner met het hoogste inkomen toe te rekenen aan de andere partner, wanneer deze geen of slechts beperkte beroepsinkomsten geniet. 
Deze toerekening is evenwel onderworpen aan een maximumplafond (13.460 EUR voor aanslagjaar 2026). 
Het wetsontwerp voorziet in een geleidelijke afschaffing volgens gedifferentieerde modaliteiten: 

  • Voor koppels waarvan beide partners de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt, zou het mechanisme tijdelijk behouden blijven, maar met een geleidelijke uitdoving over een periode van ongeveer twintig jaar. Het percentage van 30 % blijft gedurende deze periode behouden, terwijl het toegelaten maximumbedrag stapsgewijs wordt verlaagd, tot een volledige afschaffing vanaf aanslagjaar 2046;
  • Voor de overige belastingplichtigen wordt het maximumbedrag van het huwelijksquotiënt over vier aanslagjaren (aanslagjaren 2027 tot en met 2030) gehalveerd
  • De toepasselijke maximumbedragen zullen vanaf aanslagjaar 2027 niet langer worden geïndexeerd.

De aangevoerde motieven

De hervorming wordt gemotiveerd door de wens om de fiscale neutraliteit tussen de verschillende samenlevingsvormen te versterken, aangezien het huwelijksquotiënt niet toegankelijk is voor feitelijk samenwonenden. Daarnaast past zij binnen een evolutie naar een fiscaal model dat minder is afgestemd op het eenverdienersgezin. Tot slot wordt het mechanisme door de wetgever beschouwd als een mogelijke rem op de beroepsactiviteit van de tweede partner.
 
In de praktijk kan deze hervorming leiden tot een geleidelijke verhoging van de fiscale druk voor bepaalde koppels, wat het des te relevanter maakt om de impact ervan tijdig te analyseren in functie van de inkomensstructuur van het gezin.
 
Aangezien de tekst nog niet definitief werd aangenomen, blijven aanpassingen mogelijk. Wij zullen u uiteraard op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen.

dotted_texture