Sinds 1 maart 2026 is in het Vlaamse Gewest het gewijzigde Vrijstellingsbesluit van 6 februari 2026 van toepassing. Dat besluit somt de stedenbouwkundige handelingen op waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is. De wijzigingen van begin 2026 hebben de mogelijkheden om vergunningsvrij te verbouwen aanzienlijk uitgebreid. Sedert 1 maart 2026 waren binnenverbouwingen in beginsel vrijgesteld van de vergunningsplicht, zelfs wanneer zij stabiliteitswerken omvatten. Ook voor bepaalde gevel -en dakwijzigingen met een stabiliteitsimpact gold in beginsel een vrijstelling van vergunning.
De uitvoering van stabiliteitswerken vereiste aldus niet meer automatisch de aanvraag van een omgevingsvergunning.
Onbedoeld neveneffect: onzekerheid over verplichte tussenkomst architect
De hervorming van 6 februari 2026 beoogde in eerste instantie een administratieve vereenvoudiging, maar creëerde als onbedoeld neveneffect onzekerheid over de tussenkomst van de architect bij dergelijke vrijgestelde handelingen met stabiliteitsimpact.
Artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van de architect koppelt de verplichte tussenkomst van een architect immers aan de uitvoering van werken waarvoor een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen (in het Vlaamse Gewest: een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen) opgelegd is.
De hoger vermelde wijziging had dus tot gevolg dat voor diverse ingrijpende werken met stabiliteitsimpact niet meer verplicht beroep diende te worden gedaan op een architect.
De verplichte tussenkomst van een architect heeft echter onder meer tot doel de risico’s te ondervangen die gepaard gaan met stabiliteitswerken. Zij waarborgt dat dergelijke werken worden ontworpen en uitgevoerd onder adequate technische begeleiding, zodat de veiligheid en stabiliteit van het gebouw niet in het gedrang komen. De verplichte tussenkomst van een architect vervult dan ook een belangrijke beschermingsfunctie voor de bouwheer en de maatschappij.
Verduidelijking door de Vlaamse Regering: vergunningsvrijstelling afhankelijk van tussenkomst architect
De Vlaamse Regering heeft dit onbedoelde gevolg van de verruimde vergunningsvrijstelling onderkend en de regeling inmiddels bijgestuurd.
Bij besluit van 10 juli 2026 heeft zij beslist dat voor bepaalde vergunningsvrije werken die de stabiliteit van een gebouw beïnvloeden, voortaan opnieuw een architect moet worden aangesteld voor zowel het ontwerp als de controle van de werken. Daarmee wordt de betrokkenheid van de architect heringevoerd bij bouwtechnisch risicovolle ingrepen, ook wanneer daarvoor geen omgevingsvergunning vereist is. Het besluit bepaalt thans uitdrukkelijk:
“Als de handelingen gepaard gaan met stabiliteitswerken geldt de vrijstelling alleen als een architect wordt aangesteld voor het ontwerp en de controle van de handelingen.”
De aanstelling van een architect wordt aldus een expliciete voorwaarde om van de vrijstelling gebruik te kunnen maken. Indien aan deze voorwaarde, evenals aan de overige toepasselijke voorwaarden van het Vrijstellingsbesluit, is voldaan, blijven de betrokken werken vrijgesteld van de omgevingsvergunningsplicht.
Op die manier blijft de administratieve vereenvoudiging behouden, terwijl tegelijk wordt gewaakt over de bouwtechnische veiligheid van ingrepen met een impact op de stabiliteit.
Praktische gevolgen
Het besluit van 10 juli 2026 is in werking getreden op 5 september 2026.
Voor bouwheren in het Vlaamse Gewest betekent dit dat vanaf 5 september 2026 de verplichte medewerking van een architect niet beperkt blijft tot werken waarvoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig is. Bij elke voorgenomen verbouwing moet er steeds worden nagegaan of er stabiliteitswerken plaatsvinden. Indien dat het geval is, moet de bouwheer alsnog een architect aanstellen om te voldoen aan de voorwaarden die het Vrijstellingenbesluit oplegt voor de vrijstelling van de vergunningsplicht.
Tegelijk zal een architect waakzaam moeten zijn om de werken correct te kwalificeren en zijn opdracht nauwkeurig om te schrijven. De architect zal belast moeten worden met zowel het ontwerp en de controle op de uitvoering van de werken, opdat de bouwheer van de vrijstelling kan genieten. Een loutere adviesopdracht voldoet hier evident niet aan.
Eenieder moet zich er in elk geval bewust van zijn dat vergunningsvrij bouwen niet automatisch gelijk is aan architectenvrij bouwen.
Besluit
De Vlaamse Regering heeft de eerdere verruiming van de vergunningsvrijstelling bijgestuurd, omdat deze verruiming ertoe kon leiden dat onervaren bouwheren stabiliteitswerken lieten uitvoeren zonder verplichte tussenkomst van een architect. Dit druiste echter in tegen de ratio legis van de verplichte tussenkomst van de architect ingesteld bij artikel 4 van de wet van 20 februari 1939.
De Vlaamse Regering wilde met het besluit van 10 juli 2026 vermijden dat constructief gevoelige werken zouden worden uitgevoerd zonder de ontwerp- en controle opdracht van de architect. Zij achtte het daarom noodzakelijk te verduidelijken dat de werken met stabiliteitsimpact slechts vrijgesteld zijn van vergunning voor zover er een architect met ontwerp- en controle opdracht wordt aangesteld.
Nochtans is daarmee niet elk praktisch probleem opgelost. Aangezien de tussenkomst van de architect ingeval van de vrijgestelde stabiliteitswerken niet verplicht is krachtens artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 maar krachtens het Vrijstellingenbesluit geldt er immers geen wettelijke verzekeringsplicht voor de tienjarige aansprakelijkheid in de zin van de Wet-Peeters. De aannemer die de werken uitvoert en de ingenieur die een stabiliteitsstudie zou maken, zijn derhalve niet wettelijk verplicht om zich te verzekeren voor de tienjarige aansprakelijkheid.
Authors:
- Elisabeth Dejaegher, Advocaat at Caluwaerts Uytterhoeven