Voor het eerst sinds het verbod op misbruik van economische afhankelijkheid werd opgenomen in het Belgische mededingingsrecht, heeft de Belgische Mededingingsautoriteit (“BMA”) een beslissing genomen op grond van deze bepaling. Centraal in deze zaak staat de verhouding tussen de Tiense Suikerraffinaderij – een dochteronderneming van het Duitse Südzucker – en de Belgische suikerbietentelers die haar beleveren. De BMA onderzocht of bepaalde contractuele clausules de telers in een onredelijk nadelige positie plaatsten. Het onderzoek mondde uit in bindende toezeggingen, waarbij de Tiense Suikerraffinaderij zich verbindt tot meer transparantie, jaarlijkse onderhandelingen en het schrappen of aanpassen van problematische clausules. Met deze beslissing zet de BMA een belangrijke stap in de handhaving van het verbod op misbruik van economische afhankelijkheid.
Artikel IV.2/1 WER voor het eerst toegepast
Het verbod op misbruik van economische afhankelijkheid werd in het Belgische mededingingsrecht geïntroduceerd door de wet van 4 april 2019, die artikel IV.2/1 in het Wetboek van Economisch Recht (“WER”) invoegde.
De bepaling verbiedt elke onderneming om misbruik te maken van een positie van economische afhankelijkheid waarin één of meer andere ondernemingen zich bevinden, wanneer daardoor de mededinging op de Belgische markt of een wezenlijk deel ervan kan worden aangetast. Anders dan bij het verbod op misbruik van machtspositie (artikel IV.2 WER), is geen dominante marktpositie vereist. Artikel IV.2/1 WER richt zich op situaties waarin een onderneming haar bijzondere marktpositie gebruikt om onbillijke voorwaarden op te leggen aan één of meer handelspartners die geen redelijk equivalent alternatief hebben, waardoor de mededinging op de Belgische markt of een deel ervan kan aangetast worden.
Hoewel deze bepaling al meer dan zes jaar deel uitmaakt van het handhavingsinstrumentarium van de BMA, bleef een formele toepassing uit. Daar is nu verandering in gekomen.
Het onderzoek in de suikerbietensector
Het onderzoek van de BMA spitste zich toe op het contractuele kader dat de relatie tussen de Tiense Suikerraffinaderij en haar suikerbietentelers regelt. Op 5 februari 2026 stuurde de BMA een mededeling van grieven aan de Tiense Suikerraffinaderij en haar moedermaatschappij Südzucker. Daarin werden verschillende contractuele bepalingen geïdentificeerd die mogelijk als misbruik van economische afhankelijkheid kwalificeerden. De BMA richtte zich met name op clausules met betrekking tot de vaststelling van de aankoopprijs van suikerbieten en de vergoeding voor bietenpulp, en de daaraan gekoppelde betalingsvoorwaarden.
Volgens de analyse van de BMA creëerden deze bepalingen een klimaat van algemene onzekerheid voor de telers – vooral wat betreft hun inkomstenvooruitzichten – en beperkten zij hun autonomie bij het beheer van hun commerciële en landbouwactiviteiten. De commerciële risico’s van de suikersector zouden bovendien onevenredig zwaar op de telers worden afgewenteld.
Toezeggingen bindend verklaard
De Tiense Suikerraffinaderij en Südzucker betwistten de grieven van de BMA, maar boden desondanks toezeggingen aan om daarmee een einde te stellen aan het onderzoek.
Concreet verbindt de Tiense Suikerraffinaderij zich ertoe om:
- een reeks contractuele bepalingen te wijzigen , voornamelijk op het vlak van de vaststelling van de aankoopprijs van suikerbieten en de vergoeding voor bietenpulp, alsook van de uitzonderlijke aanpassing van de geplande aankoopvolumes;
- een reeks clausules te schrappen , met name de clausules die de betaling van een deel van de suikerbietprijs koppelen aan verplichtingen voor de volgende bietencampagne en de clausules die bepaalde specifieke kosten overdragen aan de telers; en
- jaarlijks met de vertegenwoordigers van de telers te onderhandelen over de specifieke leveringsvoorwaarden, met het oog op een contractueel evenwicht dat wordt gekenmerkt door dialoog, transparantie en een daadwerkelijke inachtneming van de belangen van de telers.
Op 7 september 2026 verklaarde de BMA deze toezeggingen bindend en zette zij het onderzoek stop. De toezeggingen treden in werking vanaf de bietencampagne 2027 en gelden voor een periode van minimaal vijf jaar. De volledige tekst van de beslissing zal binnenkort beschikbaar zijn op de website van de BMA.
Authors:
- Jan Bocken, Managing Partner at Eubelius
- Luca Anna Deruyck, Attorney at Eubelius