Het was al aangekondigd in het regeerakkoord van februari 2025, maar op 9 juli 2026 nam de Kamer ook het wetsontwerp aan: software en computerprogramma's komen opnieuw in aanmerking voor het fiscaal voordelige regime voor auteursrechtenvergoedingen. De Wet van 15 juli 2025 tot hervorming van de personenbelasting werd intussen bekrachtigd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad (publicatie van 29 juli 2026) en heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2026 voor auteursrechtvergoedingen die vanaf die datum zijn betaald of toegekend.
Computerprogramma's vielen vroeger al onder het fiscale auteursrechtenregime. Bij de hervorming van december 2022 werden softwareontwikkelaars daarvan echter uitgesloten. De nieuwe regeling draait die uitsluiting terug, zonder de andere voorwaarden en beperkingen van het hervormde auteursrechtenregime af te schaffen.
Wettekst van juli 2026 over software en auteursrechtvergoedingen
De door de Kamer op 9 juli 2026 aangenomen tekst van het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting bepaalt het volgende over software en auteursrechten:
Titel 13: Auteursrechten
Art. 74
In artikel 17, § 1, 5°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 26 december 2022 en gewijzigd bij de wet van 12 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste streepje worden de woorden "boek XI, titel 5" vervangen door de woorden "boek XI, titels 5 en 6";
2° in het tweede streepje worden de woorden "of op prestaties" vervangen door de woorden ", op prestaties" en wordt het streepje aangevuld met de woorden "of op computerprogramma's zoals bedoeld in artikelen XI.294 en XI.295 van hetzelfde Wetboek".
Art. 75
Deze titel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2026 en is van toepassing op de vanaf 1 januari 2026 betaalde of toegekende inkomsten.
Na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad luidt artikel 17, §1, 5°, WIB 92 dan als volgt, met uitwerking vanaf 1 januari 2026:
Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen zijn alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk: (…) 5° de inkomsten:
- verkregen uit de overdracht of de verlening van een licentie door de oorspronkelijke rechthebbende, zijn erfgenamen of legatarissen, van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties die bij wet zijn geregeld, bedoeld in boek XI, titels 5 en 6, van het Wetboek van economisch recht of in analoge bepalingen van buitenlands recht;
- die betrekking hebben op originele werken van letterkunde of kunst zoals bedoeld in artikel XI.165 van het Wetboek van economisch recht, op prestaties van uitvoerende kunstenaars zoals bedoeld in artikel XI.205 van hetzelfde Wetboek, of op computerprogramma's zoals bedoeld in artikelen XI.294 en XI.295 van hetzelfde Wetboek;
- met het oog op de exploitatie of het daadwerkelijk gebruik van deze rechten, behalve in het geval van een gebeurtenis veroorzaakt buiten de wil van de overeenkomstsluitende partijen, overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken, door de verkrijger, de licentiehouder of een derde;
- op voorwaarde dat de voormelde oorspronkelijke rechthebbende beschikt over een kunstwerkattest als bedoeld in artikel 7 van de wet van 16 december 2022 tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers, of in analoge bepalingen of met gelijkaardige gevolgen heeft genomen (sic) door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; of
- bij gebrek daaraan, dat de rechthebbende in het kader van de overdracht of de verlening van een licentie in overeenstemming met de eerste drie streepjes deze rechten overdraagt of in licentie geeft aan een derde voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie;
(…) alsmede de voormelde inkomsten die door de voormelde rechthebbende worden verkregen via een in artikel I.16, § 1, 4° tot 6°, van het Wetboek van economisch recht bedoelde beheersorganisatie." (eigen onderstreping)
Software en auteursrecht: fiscale en juridische voorwaarden
Computerprogramma's vallen vanaf 1 januari 2026 dus opnieuw onder het fiscaal stelsel van auteursrechtvergoedingen (roerend inkomen), met dezelfde voorwaarden als in andere sectoren. De bij de hervorming van december 2022 ingevoerde voorwaarden blijven evenwel van kracht.
Publieke mededeling of reproductie van computerprogramma's
Dit geldt onder meer voor de voorwaarde dat de rechten worden overgedragen of in licentie gegeven voor mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of opvoering, of reproductie. Die voorwaarde geldt voor rechthebbenden die niet beschikken over een kunstwerkattest.
De vorige minister van Financiën, Vincent Van Peteghem, meende dat de woorden "voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie" uit de wet zo moesten worden geïnterpreteerd dat er steeds een publieke verspreiding moest zijn van de werken. Dit zou dan een probleem vormen bij werken (bijvoorbeeld software) die uitsluitend intern bij een klant gebruikt worden. De huidige minister voor Financiën, Jan Jambon, verduidelijkte op 20 mei 2026 in de Kamercommissie Financiën dat deze begrippen afzonderlijk moeten worden gelezen. Er hoeft met name niet steeds sprake te zijn van een "mededeling aan het publiek": een "reproductie" van de werken kan ook volstaan, net als een "openbare uitvoering of opvoering" (dit laatste is niet relevant voor software). De lezing van minister Jambon is inderdaad de enige correcte lezing van de wettekst en het is goed dat dit uitdrukkelijk werd bevestigd.
Dit is de toelichting door Minister Jambon in de Kamercommissie voor Financiën bij het wetsontwerp: "Over de geuite bezorgdheden omtrent eventuele rechtsonzekerheid wil de minister alle dubbelzinnigheid uit de wereld helpen: aangaande het personele toepassingsgebied wijst hij erop dat artikel 17, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, dat de roerende inkomsten opsomt, voorschrijft dat bij ontstentenis van een kunstwerkattest de auteursrechten moeten worden overgedragen of in licentie worden gegeven aan een derde met het oog op mededeling aan het publiek, openbare op- of uitvoering dan wel reproductie. Die drie doeleinden vormen aparte, op zichzelf staande en gelijkwaardige begrippen. Ze moeten worden begrepen als alternatieven, niet als cumulatieve voorwaarden." (Parl.St. Kamer 2025–2026, nr. 56-1243/004, pagina 19; eigen onderlijning)
Maximumbedrag van de fiscale auteursrechtenvergoeding
Het maximumbedrag aan auteursrechtvergoedingen blijft vastgesteld op 37.500 euro per jaar. Deze drempel wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt voor inkomstenjaar 2026 77.220 euro.
Het gemiddelde van de inkomsten uit auteursrechten die tijdens de vier vorige belastbare tijdperken werden ontvangen mag ook niet meer bedragen dan 37.500 euro (opnieuw jaarlijks geïndexeerd, voor inkomstenjaar 2026 is dit 77.220 euro). Als dit gemiddelde hoger ligt, dan kan voor dat inkomstenjaar geen toepassing worden gemaakt van het fiscale gunstregime.
Het valt in ieder geval sterk af te raden voor softwareontwikkelaars om in de buurt te komen van deze maximumbedragen (zie hieronder meer toelichting bij de berekening van de auteursrechtvergoedingen).
Geen fiscale kostenaftrek meer zonder kunstwerkattest
De forfaitaire kostenaftrek werd afgeschaft (behalve voor wie beschikt over een kunstwerkattest) met ingang van 1 januari 2026. Met andere woorden, vanaf inkomstenjaar 2026 is op auteursrechtvergoedingen die onder de vermelde drempels vallen 15% roerende voorheffing verschuldigd en kan geen toepassing meer worden gemaakt van de forfaitaire kostenaftrek (voor inkomstenjaar 2025 blijft die kostenaftrek wel nog mogelijk, maar in inkomstenjaar 2025 geldt het stelsel niet voor software).
30%-grens bij een auteursrechtenvergoeding met onderliggende prestatie
Als de auteursrechtvergoedingen gepaard gaan met een 'onderliggende prestatie', dan moeten zij beperkt worden tot maximum 30% van de totale vergoeding. Deze beperking geldt niet als de auteursrechtvergoedingen nadien worden verkregen, los van de initiële opdrachtvergoeding (dus los van een prestatie). Zij geldt evenmin als het werk op eigen initiatief werd gecreëerd en niet 'in opdracht' of 'op bestelling').
Berekening van auteursrechtvergoeding volgens recente rulings
In verschillende recent gepubliceerde rulings over managementvennootschappen (dit zijn gevallen waarin een auteur auteursrechtvergoedingen uitbetaald krijgt van een vennootschap waarvan hij of zij ook bestuurder is) in andere sectoren dan software wordt de auteursrechtvergoeding berekend op basis van maximaal 25% van de financiële enveloppe die de auteur-bestuurder van zijn of haar vennootschap ontvangt, vermenigvuldigd met een coëfficiënt die rekening houdt met de creatieve tijdsbesteding.
Met "financiële enveloppe" wordt bedoeld: de bruto bezoldigingen die door de vennootschap in geld of in natura worden betaald of toegekend met betrekking tot geleverde prestaties. Daarvan worden onder meer uitgesloten: eigen kosten van de vennootschap, vergoedingen onderworpen aan een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage zoals het dubbel vakantiegeld, het voordeel van alle aard van de bedrijfswagen, warranten, opzegvergoedingen en inkomsten ten laste van derden zoals uitkeringen door een ziekte- of invaliditeitsverzekering).
Zo kan een auteur/bestuurder die bijvoorbeeld 75% van zijn tijd spendeert aan de ontwikkeling van auteursrechtelijk beschermde werken, 18,75% van zijn financiële enveloppe laten uitbetalen als auteursrechtvergoeding (25% x 75%). Een auteur die slechts 50% van zijn tijd spendeert aan dergelijk creatief werk, kan slechts 12,5% van zijn financiële enveloppe uitbetaald krijgen als auteursrechtvergoeding.
Voorbeelden van dergelijke 'rulings' of 'voorafgaande beslissingen' (weliswaar in andere sectoren dan software) zijn: Ruling nr. 2026.0099 van 02.06.2026; Ruling nr. 2026.0248 van 12.05.2026; Ruling nr. 2026.0162 van 05.05.2026; Ruling nr. 2026.0045 van 10.03.2026; Ruling nr. 2025.0985 van 27.01.2026; Ruling nr. 2025.0968 van 20.01.2026; Ruling nr. 2025.0794 van 02.12.2025; Ruling nr. 2025.0668 van 18.11.2025; Ruling nr. 2025.0636 van 09.10.2025; Ruling nr. 2025.0609 van 30.09.2025; Ruling nr. 2025.0541 van 16.09.2025; Ruling nr. 2025.0559 van 02.09.2025; Ruling nr. 2025.0302 van 01.07.2025; Ruling nr. 2025.0261 van 27.05.2025; enz.
Dit wil niet zeggen dat een berekening op basis van de omzet van de vennootschap uitgesloten is, maar daar zijn op dit moment geen voorbeeld-rulings voor te vinden. Een dergelijke berekeningswijze brengt zowel een groter fiscaal voordeel (meestal toch) als een groter risico met zich mee bij een fiscale controle. Toch kan dit in sommige gevallen logischer en correcter zijn, bijvoorbeeld wanneer een softwareontwikkelaar op eigen initiatief (niet voor een bepaalde klant) een softwaretool ontwikkelt die nadien door de eigen vennootschap meermaals in licentie wordt gegeven aan eindklanten.
Conclusie: fiscale auteursrechten voor softwareontwikkelaars vanaf 2026
De heropname van software en computerprogramma's in het fiscale auteursrechtenregime is positief nieuws voor de IT-sector en softwareontwikkelaars in het bijzonder. Ook juridisch is de uitbreiding verdedigbaar: computerprogramma's genieten immers al lange tijd auteursrechtelijke bescherming. De fiscale behandeling daarvan blijft niettemin een politieke keuze, die ongetwijfeld ook budgettaire gevolgen zal hebben (de minister schat de kostprijs voor de Belgische Staat in op 100 miljoen euro).
Softwareontwikkelaars die opnieuw auteursrechtenvergoedingen willen ontvangen laten hun situatie het best vooraf grondig onderzoeken en doen er goed aan een onderbouwd contract te laten opstellen door een jurist. Er moet onder meer worden nagegaan of de software auteursrechtelijk beschermd is, wie de oorspronkelijke auteur is, of een geldige overdracht of licentie plaatsvindt, of de verkrijger de rechten daadwerkelijk kan exploiteren of gebruiken en of de vergoeding correct en marktconform is berekend.
Voor werkgevers die auteursrechtenvergoedingen aan werknemers willen betalen, is een voorafgaande ruling sowieso sterk aangewezen.
In alle gevallen verdient een voorzichtige en goed gedocumenteerde toepassing aanbeveling.
Zie ook onze eerdere artikels "Vergoeding in auteursrechten voor software: hoe zit dit fiscaal?" en "Auteursrechten fiscaal: vergoeding voor auteursrechten aan 15% roerende voorheffing".
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de blog van Finnian & Columba: Auteursrechtvergoeding voor software opnieuw fiscaal voordelig vanaf 2026.