30/03/26

Hervorming van de winstmargeregeling voor kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten

De wet van 19 december 2025, die in werking is getreden op 31 december 2025, heeft de bijzondere btw-regeling inzake de winstmarge voor leveringen van kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten gewijzigd. Deze wijzigingen, toegelicht door de administratie in btw-circulaire 2026/C/14, kaderen in de omzetting van Richtlijn (EU) 2022/542.

De wet hertekent de verhouding tussen het verlaagd btw-tarief voor de verkoop van kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten enerzijds en de bijzondere winstmargeregeling anderzijds. 

Het toepasselijke kader vóór de hervorming en de problematiek van concurrentieverstoringen 

Vóór de inwerkingtreding van de wet van 19 december 2025 had het verlaagd btw-tarief voor kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten geen algemene draagwijdte. Het was beperkt tot specifieke gevallen, in hoofdzaak rechtstreekse verkopen door de kunstenaar zelf of door zijn rechtverkrijgenden. Verkopen door tussenpersonen, zoals galerijen, veilinghuizen of handelaars, waren in principe onderworpen aan het normale btw-tarief van 21 %. 

In bepaalde lidstaten, waaronder België, kon het verlaagd tarief bovendien van toepassing zijn op bepaalde invoeren of intracommunautaire verwervingen in welbepaalde, wettelijk voorziene situaties. In dat kader konden btw-plichtige wederverkopers kunstvoorwerpen, verzamelobjecten of antiquiteiten verwerven of invoeren met toepassing van een verlaagd tarief en deze goederen vervolgens doorverkopen onder de winstmargeregeling. 

Wanneer de wederverkoop onder de winstmargeregeling plaatsvond, werd de btw definitief geheven in de lidstaat van vertrek. De intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst was dan niet aan btw onderworpen. 

Dit mechanisme verleende marktdeelnemers gevestigd in lidstaten die een verlaagd tarief toepasten een concurrentieel voordeel ten opzichte van marktdeelnemers in lidstaten waar geen verlaagd tarief gold voor kunstvoorwerpen, verzamelobjecten of antiquiteiten. Net deze situatie beoogt de hervorming te corrigeren. 

Onverenigbaarheid tussen het verlaagd tarief en de winstmargeregeling sinds 31 december 2025 

Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving geldt een duidelijk principe: de toepassing van de winstmargeregeling is uitgesloten zodra in een voorafgaande fase een verlaagd btw-tarief werd toegepast, ongeacht of dit gebeurde bij invoer, bij een intracommunautaire verwerving of bij een binnenlandse aankoop. 

In dat geval moet de wederverkoop verplicht worden onderworpen aan de normale btw-regeling, waarbij de belasting wordt geheven over de volledige verkoopprijs. 

Bij een grensoverschrijdende wederverkoop impliceert dit een van btw vrijgestelde intracommunautaire levering in de lidstaat van vertrek en een belastbare intracommunautaire verwerving in de lidstaat van bestemming, tegen het daar geldende btw-tarief. 

Beperkt behoud van de winstmargeregeling 

Btw-plichtige wederverkopers kunnen nog steeds opteren voor de winstmargeregeling, maar uitsluitend indien voorafgaand geen verlaagd btw-tarief werd toegepast en wanneer de betrokken goederen: 

  • door henzelf werden ingevoerd;
  • aan hen werden geleverd door de auteur of diens rechtverkrijgenden;
  • aan hen werden geleverd door een btw-plichtige die geen wederverkoper is.

Zodra een verlaagd tarief (met name het Belgische tarief van 6 %) werd toegepast bij de aankoop, de invoer of de intracommunautaire verwerving, moet de wederverkoop verplicht onder de normale btw-regeling vallen.

Veralgemening van het verlaagd tarief van 6 % onder de normale regeling

Als tegengewicht voor deze beperking van de winstmargeregeling veralgemeent de hervorming de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % op leveringen van kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten die plaatsvinden onder de normale btw-regeling.
 
Het verlaagd tarief wordt daarmee de regel voor “gewone” verkopen, terwijl het uitdrukkelijk wordt uitgesloten voor handelingen die onder de winstmargeregeling vallen.

Praktische gevolgen en behandeling van voorraden

De nieuwe regels zijn van toepassing op handelingen waarvoor de btw opeisbaar wordt vanaf 31 december 2025. Het toepasselijke btw-regime wordt bepaald op het moment van de wederverkoop, overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van het Btw-Wetboek.
 
Kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten die vóór die datum werden verworven maar nog in voorraad zijn, kunnen niet langer onder de winstmargeregeling worden doorverkocht indien zij werden aangekocht met toepassing van een verlaagd btw-tarief. Hun wederverkoop moet dan onder de normale btw-regeling plaatsvinden, met toepassing van het verlaagd tarief van 6 % op de volledige verkoopprijs.
 
In dat kader aanvaardt de administratie uitzonderlijk dat het recht op aftrek van de btw die bij de aankoop van deze goederen werd geheven en destijds niet werd uitgeoefend wegens de toepassing van de winstmargeregeling, alsnog kan worden uitgeoefend tot en met 31 december 2026 voor goederen die vanaf 2022 werden verworven of ingevoerd, op voorwaarde dat zij onder de normale btw-regeling worden doorverkocht en dat de btw-plichtige wederverkoper dit kan aantonen.

Conclusie

De hervorming van de winstmargeregeling voor kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten maakt een einde aan de mogelijkheid om een verlaagd btw-tarief te combineren met de toepassing van de winstmargeregeling.
 
Hoewel het verlaagd tarief van 6 % voortaan de norm wordt onder de normale btw-regeling, is de toegang tot de winstmargeregeling voortaan strikt begrensd. Deze evolutie vereist een verhoogde waakzaamheid bij de analyse van aankoop- en verkoopstromen, in het bijzonder in een grensoverschrijdende context.

dotted_texture