23/02/26

Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen: wat staat er te veranderen?

Eind september 2025 ontving de Vlaamse Regering het eindrapport van de Gemengde Commissie Vergunningen, met 45 adviezen en 140 concrete aanbevelingen voor duidelijke regels, vlottere procedures, sterkere dossiervorming en oplossingsgerichte rechtspraak (lees hier). 

Uit het eindrapport blijkt dat de vergunningverlening nog steeds kampt met aanzienlijke problemen: één op vijf aanvragen wordt ingetrokken, in één op drie administratieve beroepen wordt de eerdere beslissing omgekeerd, en de vernietigingsgraad bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen ligt boven de 60%. Dit leidt tot lange doorlooptijden en tast zowel de investeringskansen als het vertrouwen in de overheid aan.

Op 19 december 2025 stemde de Regering in met de conceptnota "Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen” (lees hier), die deze adviezen beleidsmatig en juridisch doorvertaalt. Dit goedgekeurde actieprogramma zal in de komende maanden nog moeten worden omgezet in de nodige decreten en uitvoeringsbesluiten. In het actieprogramma wordt gefocust op vijf thema’s:

1. Meer rechtszekerheid vóór de aanvraag

Voor de fase voorafgaand aan de vergunningsaanvraag zet de Regering in op een versterking van de rechtszekerheid. Als vervolg ligt de focus van het actieprogramma op transparante informatie, vroege dialoog en digitale ondersteuning zodat initiatiefnemers hun plannen tijdig kunnen afstemmen op de geldende regels. Concrete maatregelen omvatten een recht op kosteloos vooroverleg met de bevoegde overheid en de betrokken adviesinstanties en de mogelijke inzet van een omgevingsmanager voor grote projecten, een vernieuwd Omgevingsloket met een digitale assistent, alsook een versterkt stedenbouwkundig attest met langere geldigheid.

2. Meer rechtszekerheid tijdens de behandeling

De Regering zet in op een snelle invoering van de modulaire vergunningsprocedure en een “pauzeknop” die aanvragers toelaat de procedure tijdelijk te schorsen voor overleg of dossierbijsturing. Adviezen worden gebundeld in één geïntegreerd advies, de bijzondere motiveringsplicht (zoals het afwijken van het POA-verslag) wordt beperkt tot legaliteitsaspecten en het openbaar onderzoek wordt geoptimaliseerd met transparante inspraakreacties via het Omgevingsloket. Het aantal openbare onderzoeken wordt bovendien beperkt: in principe één in eerste aanleg, met in beroep eventueel een bijkomend openbaar onderzoek over de ontwerpbeslissing. Deze ontwerpbeslissing is de voorgenomen, maar nog niet definitieve, beslissing van de bevoegde overheid, waarin alle tot dan beschikbare elementen en voorgestelde vergunningsvoorwaarden zijn verwerkt.

Ook de procedure inzake de zaak der wegen wordt vereenvoudigd: het georganiseerd administratief beroep maakt plaats voor een verplichte heroverweging, terwijl de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) bevoegd wordt voor zowel het beroep tegen de omgevingsvergunning als tegen de gemeenteraadsbeslissing over de zaak der wegen. De verplichting tot toevoeging van een rooilijnplan vervalt, de procedure wordt ook mogelijk wanneer de rooilijn al in een BPA of RUP is vastgelegd, en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de vergunningverlenende overheid worden duidelijker afgebakend om overlap te vermijden.

3. Oplossingsgerichte rechtspraak

De Regering stuurt aan op snelle, definitieve en oplossingsgerichte geschillenbeslechting bij de RvVb. Maatregelen omvatten een attentieplicht (waarbij van alle betrokkenen wordt verwacht dat zij hun bezwaren tijdig en volledig aanbrengen tijdens de administratieve procedure, op straffe van verval in een latere beroepsfase) en een strengere belangvereiste per middel, financiële sancties voor kennelijk onrechtmatige beroepen, en meer mogelijkheden voor de overheden om beslissingen in te trekken of te vervangen door een verbeterde beslissing tijdens de jurisdictionele procedure.

4. De Grondwet en rechtszekerheid

De Regering legt de herzieningsvoorstellen van de Commissie inzake artikel 159 van de Grondwet voor aan het federale niveau zodat bij die toetsing naast het legaliteitsbeginsel ook meer gewicht wordt toegekend aan het rechtszekerheidsbeginsel. Tegelijk wordt een uitdrukkelijke rechtsbasis voorzien om de gevolgen van reglementaire bestuurshandelingen (zoals bv. ruimtelijke uitvoeringsplannen) te blijven handhaven wanneer hun onwettigheid wordt opgeworpen. Dit artikel 159 betreft de zogenaamde “exceptie van onwettigheid”, waarbij een rechter een besluit dat het onwettig acht buiten toepassing kan verklaren indien hieromtrent betwisting bestaat. Dit artikel wordt in geschillen soms aangehaald om ruimtelijke uitvoeringsplannen, waarop omgevingsvergunningen gebaseerd zijn, buiten toepassing te verklaren, of zelfs om definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunningen alsnog in vraag te stellen.  

Daarnaast vraagt de Regering een verduidelijking van artikel 23 van de Grondwet (“stand-still”-beginsel), dat het recht op een gezonde leefomgeving verankert, zodat milieubescherming verzoenbaar blijft met noodzakelijke beleidswijzigingen. In dat kader wordt ook decretaal verankerd dat de overheid kan afzien van de toepassing van een reglementaire bepaling waarvan de onwettigheid werd vastgesteld door de bestuursrechter of het Hof van Cassatie.

5. Goede en werkbare regelgeving

De Regering zet in op een beter evenwicht tussen doel- en normregelgeving, met meer ruimte voor regelmatige actualisatie en uitbreiding van vrijstellingen. Ook de afwijkingsmogelijkheden bij verouderde BPA’s en RUP’s worden versoepeld, terwijl het principe van bestemmingsneutraliteit verder wordt onderzocht. Tegelijk worden de plannings- en vergunningsregels vereenvoudigd door dubbele vergunningsplichten weg te werken. Aanvragers krijgen bovendien expliciet de mogelijkheid om in hun dossier een minstens evenwaardig uitvoeringsalternatief voor te stellen. De verkavelingsvergunningsplicht wordt afgeschaft en overlappingen tussen verschillende decreten worden weggewerkt. Tot slot worden de natuur-, habitat-, VEN-, soorten- en hemelwatertoetsen beter op elkaar afgestemd en maximaal geïntegreerd in de milieueffectenrapportering.

Impact op stakeholders

Het actieprogramma zet een brede modernisering van de vergunningsketen in gang, waarvan onder meer de vastgoed-, energie- en infrastructuursectoren voordeel kunnen halen. Voor aanvragers en investeerders verschuift de focus naar beter voorbereide procedures, met recht op vooroverleg, doorgedreven digitalisering via het Omgevingsloket 2.0 en een bijzondere bewijswaarde voor erkende studies. De pauzeknop en het modulair werken creëren ruimte om knelpunten tijdens de procedure op te lossen.

Lokale besturen en adviesinstanties krijgen duidelijkere en striktere kaders, met onder meer één geïntegreerd advies en een verder gestroomlijnd openbaar onderzoek. Ook de klassieke indeling in “gunstige” en “ongunstige” adviezen maakt plaats voor een meer inhoudelijk gefocust advies. Voor de rechtspraak kiest het actieprogramma resoluut voor oplossingsgerichte geschillenbeslechting, met een attentieplicht, een aangescherpte belangenvereiste en financiële sancties bij misbruik. Burgers en milieuorganisaties krijgen inspraak op een moment waarop alle relevante informatie beschikbaar is, met meer transparantie via digitale inzage.

dotted_texture