Agressieve handelspraktijk: het hof van justitie verduidelijkt het begrip
12/09/2019

Het Hof van Justitie werd verzocht om een antwoord te geven op de prejudiciële vraag of het gebruik door een handelaar van een methode[1] voor het sluiten of aanpassen van overeenkomsten betreffende het verrichten van telecommunicatiediensten, waarbij een consument het definitieve besluit over de transactie moet nemen in aanwezigheid van de koerier die de modelovereenkomsten overhandigt, als een agressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding moet worden aangemerkt in de zin van artikelen 8 en 9 van richtlijn 2005/29[2] (i.e. artikelen VI. 101 en 102 WER).

Ten eerste verduidelijkt het Hof dat deze methode voor het sluiten van overeenkomsten die in het hoofdgeding aan de orde is, niet onder alle omstandigheden (‘per se’) als een agressieve handelspraktijk moet worden aangemerkt omdat de praktijk niet overeenkomt met één van de in de punten 24 tot en met 31 van bijlage I bij richtlijn 2005/29 opgesomde situaties (equivalent van artikel VI. 103 WER), die een volledige en uitputtende lijst van agressieve handelspraktijken inhoudt.

Ten tweede vraagt de verwijzende rechter zich af of een handelspraktijk – zoals die aan de orde in het hoofdgeding – als agressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding moeten worden gekwalificeerd louter op grond dat de consument niet vooraf en individueel alle modelovereenkomsten heeft ontvangen. Het Hof merkt op dat er geen sprake is van agressieve handelspraktijken in de mate dat de consument de mogelijkheid heeft gehad om – vóór het bezoek van de koerier, op de website van de handelaar of via een telefoongesprek met de handelaar bijvoorbeeld – kennis te nemen van de inhoud van de modelovereenkomsten. Bovendien is het Hof van mening dat, om tot de slotsom te komen dat er van een dergelijke praktijk sprake is, immers nog vereist is dat het gedrag van de handelaar als ongepaste beïnvloeding in de zin van artikel 2, onder j) van Richtlijn 2005/29 kan worden beschouwd.

Ten slotte buigt de verwijzende rechter zich over de vraag of het gebruik van de methode voor het sluiten van overeenkomsten die in het hoofdgeding aan de orde is, als een agressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding moet worden aangemerkt. Wat dit laatste punt betreft is het Hof van mening dat handelspraktijken die gedragingen inhouden waardoor dusdanige druk op de consument wordt uitgeoefend zodat zijn keuzevrijheid aanzienlijk wordt beperkt, als agressief moeten worden aangemerkt. Het Hof verklaart evenwel dat de loutere omstandigheid dat de koerier de consument verzoekt zijn definitieve commerciële besluit te nemen zonder hem de tijd te geven die hem passend lijkt om de overhandigde stukken te bekijken, niet als een agressieve handelspraktijk kan worden aangemerkt in de mate dat de consument daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen van de modelovereenkomsten.


Voetnoten: 

  1. HvJ-EU, 12 juni 2019, Orange Polska S.A., Zaak C-628/17.
  2. Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad.

Voir aussi : Stibbe ( Mr. Peter Wytinck )


Click here to see the ad(s)
Tous les articles Pratiques de commerce

Derniers articles Pratiques de commerce

New unfair trading practices in the food supply chain
08/07/2020

Within the agricultural and food supply chain, significant imbalances in bargaining power between suppliers and buyers of ...

Read more

Abus de dépendance économique : une nouvelle arme pour David contre Goliath
18/06/2020

Au plus tard le 1er décembre 2020, l’article IV.2/1 du Code de droit économique entrera en vigueur. Ce...

Abus de dépendance économique : une nouvelle arme pour David contre Goliath Read more

CJEU rules on geographical limitation clauses in wake of PIP scandal
12/06/2020

The CJEU held in this case that an individual cannot rely on the general prohibition of discrimination on grounds of natio...

CJEU rules on geographical limitation clauses in wake of PIP scandal Read more

Les PME doivent être payées dans les 60 jours
06/05/2020

Le 29 octobre 2019, la loi du 28 mai 2019 modifiant la Loi concernant la lutte contre le retard de paiement dans les trans...

Read more

Derniers articles de Mr. Peter Wytinck

Beperkte ruimte of tijd in reclame in het kader van overeenkomsten gesloten op afstand
06/09/2019

Walbusch Walter Busch voegde in verschillende tijdschriften en kranten een reclamefolder van zes pagina’s met een af...

Read more

Ontzegelde matras en het herroepingsrecht
29/08/2019

In een arrest van 27 maart 2019 concludeerde het Hof van Justitie dat een matras, waarvan de beschermfolie door de consume...

Read more

Bedrijfsgeheimen en ex-werknemers
23/08/2019

Een vaak voorkomend probleem bij het vertrek van werknemers is de know-how die ze hebben opgebouwd in het bedrijf en meene...

Read more

Nieuwe wet op misbruik economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpra...
19/08/2019

Bij wet van 4 april 2019 heeft de Belgische wetgever drie reeksen van nieuwe praktijken gereglementeerd: Een verbod op mis...

Read more

LexGO Network