06/03/26

Wetgevende oplossing voor BV-vrijstelling nachtarbeid

Via een amendement op de Programmawet voorzien de regeringspartijen een aanpassing van de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid. Die komt er naar aanleiding van de arbeidsrechtelijke versoepeling van de nachtarbeidsregels. Het amendement zorgt ervoor dat de sociaalrechtelijke logica voor het toekennen van premies wordt doorgetrokken in de fiscale maatregel.

Context

Het wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen voorziet in nieuwe regels rond nachtarbeid. Nachtarbeid zal voortaan toegelaten zijn in elke sector en voor elke onderneming. Specifiek voor de distributiesector beperkt de wet bovendien voor nieuwe werknemers het recht op premies tot de prestaties die worden verricht tussen 23 en 6 uur.

De nieuwe arbeidsrechtelijke regeling voor premies zorgde voor onduidelijkheid over het fiscale statuut van de ‘nachtpremie’ voor de BV-vrijstelling voor nachtarbeid. Een amendement van de meerderheid voorziet nu in een oplossing op twee vlakken:

  • Voor ondernemingen met een nachtshift die de BV-vrijstelling nachtarbeid toepassen

Voor wat er fiscaal onder nachtarbeid wordt verstaan, zal er voortaan verwezen worden naar de nieuwe algemene definitie in de Arbeidswet: de arbeid verricht tussen 20 en 6 uur. Aan het feit dat het moet gaan om werknemers die gewoonlijk tussen 24 en 5 uur werken, verandert niets. Deze definitie geldt voor iedere sector.

Belangrijker is de toevoeging aan de definitie van nachtpremie: hier wordt bepaald dat rekening moet worden gehouden met de arbeidsrechtelijke principes over premies en voordelen verbonden aan de uren tussen 20 en 6 uur. Het gaat dan in het bijzonder om de regels voor de distributiesector.

  • Voor nieuwe werknemers (die in dienst treden vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe nachtarbeidsregels), gelden de premies op basis van de wet enkel nog tussen 23 en 6 uur. Ook al vangen werknemers hun prestaties al aan om 20 uur, zonder premies, fiscaal blijft er hier sprake van een nachtpremie. In de teller van de één derde-norm mogen wel enkel uren nachtarbeid mét nachtpremie opgenomen worden, dus de uren van 23 tot 6 uur;
  • Voor ‘oude’ werknemers (die al in dienst waren), blijven de bestaande premies tussen 20 en 6 uur gelden. Die premie is eveneens een fiscale nachtpremie. In de teller van de één derde-norm worden de uren tussen 20 en 6 uur dan opgenomen. Hetzelfde zal gelden indien de werkgever vrijwillig dezelfde premievoorwaarden voorziet voor oude en nieuwe werknemers.
  • Voor ondernemingen met een nachtploeg die de BV-vrijstelling ploegenarbeid toepassen

In dit geval is de werkgever niet verplicht om bovenop de nachtpremie ook nog een ploegenpremie toe te kennen. Wetgevend wordt verduidelijkt dat een nachtpremie ook een ploegenpremie is voor de toepassing van de BV-vrijstelling voor ploegenarbeid.

Als de werkgever aan de nachtploeg dus de nachtpremie toekent, is er geen probleem wanneer in de distributiesector die premie beperkt is tot de uren tussen 23 en 6 uur. Dat er desgevallend geen premie is tussen 20 en 23 uur, haalt de fiscale kwalificatie van de premie niet onderuit. Opnieuw worden in de teller van de één derde-norm enkel de uren ploegenarbeid met nachtpremies opgenomen, dus de uren van 23 tot 6 uur.

Merk op: de werkgever kan ook beslissen om aan de nachtploeg een gewone ploegenpremie toe te kennen. In dat geval zijn alle regels over de fiscale ploegenpremie van toepassing, en niet die over de nachtpremie.

Inwerkingtreding

Het besproken amendement is op 2 maart 2026 goedgekeurd in de commissie Financiën, in eerste lezing.

Oorspronkelijk werd voorzien om de wetswijziging in werking te laten treden op 1 april 2026. Dit zou, na de definitieve goedkeuring, opschuiven naar 1 juni 2026.

dotted_texture