Nieuwe rechtspraak maakt komaf met "early settlements" tijdens de opzeggingstermijn en dwingt ondernemingen hun exitstrategie te herdenken.
De beëindiging van een handelsagentuurovereenkomst is vaak het moment waarop de grootste financiële risico's zich manifesteren. Tot voor kort werd in de praktijk regelmatig gekozen voor een snelle, minnelijke regeling tijdens de opzeggingstermijn om onzekerheid en discussies te vermijden.
Een recent arrest van 23 april 2026 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-204/25) zet die praktijk echter grondig op zijn kop. Het Hof maakt duidelijk dat dergelijke "early settlements" juridisch bijzonder risicovol – en in veel gevallen zelfs nietig – kunnen zijn.
In dit artikel lichten wij de kern van het arrest toe en bespreken wij vooral de concrete impact op de praktijk, met bijzondere aandacht voor de valkuilen bij het afsluiten van beëindigingsovereenkomsten.
1. De feiten in een notendop
In 2016 beëindigde Bank Nagelmackers de handelsagentuurovereenkomsten met drie bankagenten. De overeenkomsten werden opgezegd met inachtneming van opzeggingstermijnen, die in sommige gevallen nog meerdere maanden liepen.
Tijdens die lopende opzeggingstermijnen sloten partijen een globaal minnelijk akkoord. In dat akkoord werden o.m. afspraken gemaakt over de financiële afwikkeling van de samenwerking, waaronder de omvang van de opzeggings-, uitwinnings- en bijkomende vergoeding verschuldigd aan de agenten.
Achteraf betwistten de agenten de geldigheid van dit akkoord. Zij voerden aan dat het akkoord tot stand was gekomen onder druk van Bank Nagelmackers, dat het hen benadeelde en dat het strijdig was met de dwingende bescherming van de handelsagent (artikel X.21 Wetboek Economisch Recht), aangezien de minnelijke regeling werd gesloten vóór het effectieve einde van de overeenkomst.
De feitenrechters volgden die redenering niet en oordeelden dat de agenten reeds vanaf de kennisname van de opzegging opnieuw vrij konden onderhandelen en dus geldig afstand konden doen van bepaalde rechten. Met andere woorden: volgens de toenmalige Belgische rechtspraak was een "early settlement" perfect mogelijk.
Het Hof van Cassatie stelde echter vast dat deze vraag rechtstreeks verband hield met de interpretatie van de Europese Handelsagentuurrichtlijn en legde een prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie: wanneer is een agentuurovereenkomst "beëindigd"? Is dat bij de kennisname van de opzegging of pas na het verstrijken van de opzeggingstermijn?
2. Het arrest: bescherming tot het einde
Het Hof van Justitie kiest resoluut voor een beschermingsgerichte interpretatie van de Handelsagentuurrichtlijn. Een agentuurovereenkomst is pas "beëindigd" na de effectieve stopzetting van de samenwerking, dus na het verstrijken van de opzeggingstermijn.
Dit heeft een belangrijk gevolg:
- De dwingende bescherming van de handelsagent blijft gelden gedurende de volledige opzeggingstermijn;
- Afwijkingen ten nadele van de handelsagent zijn vóór dat moment niet geldig.
Het Hof bevestigt hiermee dat de ratio legis van de richtlijn – de bescherming van de economisch zwakkere partij – centraal blijft staan.
3. Waarom is dit arrest belangrijk?
Wat op het eerste gezicht een technische discussie lijkt, raakt in werkelijkheid aan de machtsverhoudingen tussen principaal en handelsagent. Tijdens de opzeggingstermijn blijft de agent vaak economisch afhankelijk van de principaal. Denk aan lopende commissies, klantenrelaties en commerciële druk.
Door te oordelen dat de bescherming pas eindigt bij de effectieve stopzetting van de samenwerking, erkent het Hof dat die afhankelijkheid pas dan verdwijnt.
4. Wat zijn de praktische implicaties?
4.1. Early settlements onder druk
Een praktijk die tot voor kort vaak werd toegepast – het sluiten van een allesomvattend beëindigingsakkoord tijdens de opzeggingstermijn – wordt door dit arrest fundamenteel in vraag gesteld. Afspraken waarbij de handelsagent afstand doet van zijn rechten (bv. uitwinningsvergoeding) kunnen niet geldig zijn indien zij vóór het einde van de overeenkomst worden gemaakt.
4.2. Timing wordt een strategische factor
Ondernemingen zullen hun aanpak bij beëindigingen moeten herdenken:
- Onderhandelingen kunnen nog steeds plaatsvinden tijdens de opzegging;
- Maar bindende afspraken die nadelig zijn voor de agent kunnen pas veilig worden vastgelegd na het einde van de handelsagentuurovereenkomst.
In de praktijk betekent dit vaak een tweestappenaanpak: onderhandelen tijdens de opzegging, finaliseren nadien.
4.3. Verhoogd risico op betwisting en nietigheid
Bestaande beëindigingsovereenkomsten die tijdens de opzeggingstermijn werden gesloten, kunnen plots op losse schroeven komen te staan. Dit creëert risico's op:
- nietigheid van afspraken
- bijkomende vergoedingsclaims
- langdurige procedures
4.4. Minder belang van "stilzwijgende afstand"
Discussies over impliciete afstand van rechten (bv. door betalingen zonder voorbehoud te aanvaarden) zullen minder doorslaggevend worden wanneer vaststaat dat de beëindigingsovereenkomst te vroeg werd gesloten.
5. Wat betekent dit concreet voor u?
Vragen over de impact van dit arrest op uw agentuurovereenkomsten of lopende onderhandelingen? Neem gerust contact op voor een gerichte analyse van uw situatie. Een korte check vooraf kan het verschil maken tussen een sluitende regeling en een kostelijk geschil.
Auteurs:
Dit artikel werd geschreven door Willem De Vos en Daan De Jaeger (Monard Law).