19/02/26

De beroepsaansprakelijkheids-verzekering in de bouw, niet voor iedereen verplicht

In het eerste artikel van onze reeks over de verzekeringen in de bouw bespraken wij de Wet Peeters van 2017 die aannemers, architecten en andere bouwpartners verplicht hun tienjarige aansprakelijkheid te verzekeren.

Deze tienjarige aansprakelijkheid heeft betrekking op de stabiliteit en soliditeit van het gebouw.

De wetgever verplicht nog een tweede verzekering. Het betreft de verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid. Het toepassingsgebied van deze wet is veel duidelijker.

1. De burgerlijke beroepsaansprakelijkheid

De beroepsaansprakelijkheid is de aansprakelijkheid die men kan oplopen bij de uitoefening van zijn beroep.

Het betreft zowel de contractuele als de buitencontractuele aansprakelijkheid. Het feit dat de schade het gevolg is van een slechte uitvoering van de overeenkomst volstaat. Er moet geen sprake zijn van een bijkomende fout bv. tegen de regels van de goede praktijk of een inbreuk op een wettelijke bepaling.

Altijd is een rechtstreekse link met de eigenlijke beroepsactiviteit van de verzekerde vereist. Zo is bv. voor een architect het uitvoeren van een verkeerde berekening een contractuele fout waarvoor hij verzekerd is. Het niet terugbetalen van een lening door dezelfde architect is ook een contractuele fout maar een fout die uiteraard niet verzekerd is.

2. Voor wie is de verzekering in de bouwsector verplicht?

Iedere partner in het bouwproces kan aansprakelijk zijn voor een fout in de uitoefening van zijn of haar beroep. Toch heeft de wetgever de verzekeringsverplichting beperkt tot bepaalde beroepen.

De verzekeringsplicht geldt voor dienstverleners die voornamelijk intellectuele prestaties verlenen die van hoofdzakelijk immateriële aard zijn. De verplichting is opgelegd aan de intellectuele beroepsbeoefenaars voor hun eigen beroepsfouten en die van hun aangestelden.

De wet heeft een ruimer toepassingsgebied dan de wet tot verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid aangezien er geen beperking is tot werken waarvoor de tussenkomst van een architect vereist is, werken die enkel betrekking hebben op bewoning, …

De wet is van toepassing op intellectuele prestaties inzake elke vorm van onroerend werk in België, ongeacht het type bouwwerk.

De determinerende factor is dat de uitgeoefende activiteit intellectuele prestaties betreffen die hoofdzakelijk van immateriële aard zijn.

3. Architecten – landmeters-experten – veiligheids- en gezondheidscoördinatoren – “andere dienstverleners in de bouwsector”

De architecten, landmeters-experten, veiligheids- en gezondheidscoördinatoren zijn uitdrukkelijk vermeld in de wet zodat er geen twijfel kan bestaan over hun verzekeringsplicht.

Het betreft alle prestaties die zij uitvoeren, ook met betrekking tot de afwerking en de technieken. De inperking tot de “gesloten ruwbouw”, zoals die van toepassing is in de wet tot verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid, is in deze wet niet weerhouden.

De “andere dienstverleners in de bouwsector” is een restcategorie om elke leverancier van diensten in de bouwsector die hoofdzakelijk immateriële prestaties levert onder de verzekeringsverplichting te vatten.

Iedere dienstverlener die een advies gegeven heeft of een studie heeft uitgevoerd op basis waarvan hij aansprakelijkheid zou kunnen oplopen valt onder de verzekeringsplicht:  ingenieurs, studiebureaus voor de technieken, studiebureaus voor akoestiek, verlichtingsadviseurs, interieurarchitecten, projectmanagers, quantity surveyors, EPB-verslaggevers, energiedeskundigen, BIM-coördinatoren…

De verzekeringsplicht is dus niet van toepassing op aannemers die de materiële werken in onroerende staat uitvoeren.

Wanneer een aannemer ook een studie heeft uitgevoerd zal hij aan de verzekeringsverplichting ontsnappen wanneer de studie bijkomstig is bij de rest van de door hem uitgevoerde werken. Eventueel is een beoordeling in concreto noodzakelijk.

4. Uitsluitingen

Het feit dat de wet verplicht is impliceert niet dat alle schade verzekerd is. De wet voorziet in een aanzienlijk aantal mogelijke uitsluitingen. De verzekerde moet er aandacht voor hebben dat het voorwerp van de verzekering niet in grote mate is uitgehold waardoor hij misschien wel denkt verzekerd te zijn terwijl dit eigenlijk niet het geval is.

We belichten enkele mogelijke uitsluitingen die de verzekeraar in het kader van de wet kan trachten op te leggen.

  • De schade die bestaat in de kosten om een slecht uitgevoerde prestatie te herbeginnen of te verbeteren. kan uitgesloten worden.

Daarentegen kan de schade die het gevolg is van de verkeerde studie niet uitgesloten worden. Dit is algemeen bekend als de gevolgschade. Bijgevolg, wanneer een verkeerd concept van de waterafvoer leidt tot waterschade, kunnen de kosten om een nieuw concept uit te werken uitgesloten worden maar de waterschade die het gevolg is van het verkeerde concept niet.

De motivering van deze uitsluiting is dat de verzekerde in eerste instantie een herstelling moet uitvoeren in natura door op eigen kosten de prestatie (opnieuw, doch ditmaal correct) uit te voeren. Of dit altijd mogelijk dan wel wenselijk is, is nog maar de vraag.

  • De verzekeraar zal meestal uitsluiten dat hij de contractuele, administratieve en economische boetes zou moeten dragen waartoe zijn verzekerde kan gehouden zijn.
  • Ook kunnen vorderingen uitgesloten worden over adviezen in verband met de keuze en plaats van een installatie, voor zover die vorderingen betrekking hebben op het financiële of economische nadeel dat volgt uit die keuze, bv wanneer een windmolen niet het vooropgestelde rendement haalt.

Vorderingen die betrekking hebben op overschrijdingen van kostenramingen of budgetten, op het maken van fouten in de kostenberekeningen, betwistingen of inhoudingen van honoraria kunnen uitgesloten worden.

De motivering van deze uitsluiting is dat de verzekeraar zich wil indekken tegen fraude door de verzekerde, bijvoorbeeld bewust een te laag budget opnemen in de overeenkomst. Met deze uitsluiting kan een belangrijke taak van de architect, die voorheen wel verzekerd was, uit het voorwerp van de verzekering gehaald worden.  Nochtans kan het uitzonderlijke geval van fraude bestreden worden via de verzekeringswet.

Een aantal beroepscategorieën kunnen zich bij het lezen van al de uitsluitingen terecht de vraag stellen: waarvoor ben ik eigenlijk verzekerd? We verwijzen als voorbeeld naar de hierboven aangehaalde situatie waarin de architect die als taak heeft het budget te bewaken, niet verzekerd zou zijn bij een eventuele overschrijding van het budget. Wij adviseren dan ook om de polis goed na te kijken en desgevallend uitsluitingen niet te aanvaarden of een polis aanvraag te richten tot een andere verzekeraar.

5. Rechtstreekse vordering

Wanneer een benadeelde vaststelt dat de verzekering van zijn contractspartij geen tussenkomst verleent, omdat de polis ernstig is uitgehold,  kan de benadeelde dan rechtstreeks deze verzekeraar aanspreken op basis van een eigen recht?

Dergelijke rechtstreekse vordering van de verzekerde is geen automatisme dat voorzien is in de wet.

Maar het valt niet geheel uit te sluiten op basis van de algemene principes van het verzekeringsrecht. Zo oordeelde het Hof van Beroep van Mons dat de bouwheer-schadelijder wel degelijk een vordering kon instellen tegen de verzekeraar van zijn architect zelfs al had deze architect de betreffende werf niet aangegeven bij zijn verzekeraar.

De benadeelde zal dan toch vergoeding kunnen bekomen van zijn schade. Het feit dat de verzekeraar een recht van verhaal heeft op haar verzekerde is voor de benadeelde van geen belang.

6. De financiele grenzen van de dekking

De wet legt de bedragen op voor de dekking per schadegeval. De geïndexeerde minimumbedragen zijn:

  • 2.354.896,82 EUR voor schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels
  • -814.814,81 EUR voor het totaal van materiële en immateriële schade
  • -16.2196,30 EUR  voor door de bouwheer toevertrouwde goederen.

Voor alle schadegevallen samen geldt een jaarlijkse limiet van 5.000.000 EUR. Opmerkelijk is dat de wetgever blijkbaar vergeten is ook dit bedrag te indexeren.

7. Controle en vorm

Net zoals in het geval van de verplichte tienjarige aansprakelijkheidsverzekering moet de verzekerde het bewijs leveren dat hij aan zijn verplichting tot verzekering heeft voldaan.

Zo moeten alle contractuele documenten de naam, het ondernemingsnummer en het polisnummer van de verzekeraar vermelden.

Voor architecten gelden bijkomende verplichtingen.

De verzekering kan worden afgesloten onder de vorm van een jaarpolis of abonnementspolis, onder de vorm van een polis per project of als globale polis voor alle verzekeringsplichtigen op de werf.

8. Werking in de tijd

Tot slot vestigen we de aandacht op de werking in de tijd van deze verzekering opgenomen in artikel 6.

De wetgever heeft een werkwijze verplicht gemaakt die in de sector bekend is als “claims made” met inbegrip van een “sunset clausule”.

“Claims made” betekent dat de verzekeringswaarborg geldt voor de vorderingen tot vergoeding die tijdens de looptijd van de verzekeringsovereenkomst schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerden of de verzekeringsonderneming en die betrekking hebben op schade die zich tijdens dezelfde looptijd heeft voorgedaan.

De “sunset clausule” betekent dat ook de vorderingen in aanmerking worden genomen, die binnen een termijn van zesendertig maanden schriftelijk worden ingesteld te rekenen van het einde van de verzekeringsovereenkomst die betrekking hebben op:

  • schade die zich tijdens de looptijd van de overeenkomst heeft voorgedaan en niet door een andere verzekeringsonderneming is gedekt;
  • daden of feiten die aanleiding kunnen geven tot schade, die tijdens de duur van deze overeenkomst zijn voorgevallen en aan de verzekeringsonderneming zijn aangegeven.

Deze termijn wordt verklaard door het feit dat de verzekeringsverplichting geldt voor een termijn van 3 jaar nadat de architect of landmeter-expert een einde heeft gesteld aan de inschrijving op de tabel van architecten of landmeterexperten of vanaf de dag dat de dienstverlener in de bouwsector zijn activiteiten beëindigt.

In de volgende bijdrage bekijken we welke verzekering kan afgesloten door, onder andere, de aannemer die niet onder de verplichting van deze wet valt.

dotted_texture