Nood breekt wet: Aanpassingen omgevingsvergunningsprocedures door COVID-19 virus
30/03/2020

Auteur: Jeroen Debaecke (Advocaat bij BDL&T Advocaten)
 

De strijd tegen het COVID-19 virus laat niemand onberoerd.  

De Federale Regering heeft, ondermeer in samenspraak met de Risk Management Group (RMG) en het Wetenschappelijk Comité Coronavirus, een aantal stringente maatregelen genomen om de verspreiding van het virus tegen te gaan en zodoende maximaal de  gezondheid van de bevolking te beschermen.

Ook in het omgevingsrecht is de invloed van deze  maatregelen merkbaar, reden waarom de Vlaamse Regering op haar beurt het procedureel kader inzake omgevingsvergunningen heeft versoepeld, dit om het indienen en behandelen van aanvragen mogelijk te blijven maken in deze onzekere tijden, maar vooral om de federale maatregelen ten allen tijde te kunnen respecteren.

Immers kan vastgesteld worden dat de decretaal bepaalde doorloop van de aanvraagprocedures wordt beïnvloed door bovengenoemde maatregelen. Het organiseren van verschillende vergaderingen die dienen te worden georganiseerd (infovergaderingen, vergaderingen van commissies edm. ) zijn immers niet meer mogelijk, maar ook hoorzittingen kunnen niet meer georganiseerd worden. Overheden stellen ook vast dat het steeds moeilijker werd om in de gegeven omstandigheden nog openbare onderzoeken te organiseren of adviezen in te winnen, binnen de wettelijke termijnen en het niet meer evident was om  een stilzwijgende weigering of het afwijzen van een administratief beroep te vermijden[1].

Om deze en andere (zoals het mogelijks wegvallen van een aantal cruciale functies voor de beoordeling van een omgevingsvergunning) problemen in de toekomst verder te vermijden, werd op 24 maart 2020 het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 5 van het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, wat betreft de omgevingsvergunning uitgevaardigd (hierna het “Besluit COVID-19”).

Dit besluit met ingang vanaf 24 maart 2020[2] tracht de bovenvermelde gevolgen van de federale maatregelen inzake het COVID-19 virus, op de omgevingsvergunningsprocedure op te vangen.

Een overzicht van de genomen maatregelen vindt u hieronder.

  1. Toepassingsgebied

Het Besluit COVID-19 is van toepassing op[3]:

  • Alle reeds in behandeling zijnde vergunningsaanvragen en administratieve beroepen ingediend voor 24 maart 2020 waarvoor nog geen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing is genomen;
  • Alle nog niet in behandeling zijnde vergunningsaanvragen en administratieve beroepen ingediend na 24 maart 2020 en voor 24 april 2020;
  • Alle verzoeken en initiatieven tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning:
    • Ingediend vor 24 maart 2020 waarvoor nog geen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing is genomen;
    • Ingediend na 24 maart 2020 en vor 24 april 2020.

De termijn van 24 april 2020 kan worden verlengd in functie van de volksgezondheid voor zover de verlenging de (voorlopige) einddatum van de noodsituatie, zijnde 17 juli 2020[4], niet overschrijdt en voor zover de verlenging wordt bekendgemaakt (i) in het Belgisch Staatsblad, (ii) op de website van het departement Omgeving en (iii) op de website van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.

Aandachtspunt hierbij is dat het Besluit COVID-19, niet van toepassing is op vergunningsaanvragen en administratieve beroepen die, na de vernietiging van een eerder beslissing, opnieuw in behandeling worden genomen.

  1. Procedurele aanpassingen:

Voor alle omgevingsvergunningsaanvragen en administratieve beroepen die binnen het toepassingsgebied van voormeld Besluit COVID-19 vallen, geldt het onderstaande:

1. Volgende termijnen worden verlengd:

  1. De termijn waarbinnen een beslissing dient te worden genomen in het kader van de gewone procedure bij een vergunningsaanvraag wordt verlengd met 60 dagen, zijnde van 105 of 120 dagen naar 165 respectievelijk 180 dagen[5];
  2. De termijn waarbinnen een beslissing dient te worden genomen in het kader van de vereenvoudigde procedure bij een vergunningsaanvraag wordt verlengd met 30 dagen, zijnde van 60 dagen naar 90 dagen[6];
  3. De termijn waarbinnen een beslissing dient te worden genomen over het administratief beroep wordt verlengd met 60 dagen, zijnde van 120 of 60 dagen naar 180 respectievelijk 120 dagen[7].
  4. De termijn waarbinnen een administratief beroep dient te worden ingesteld wordt verlengd met 30 dagen, zijnde van 30 dagen naar 60 dagen[8].
  5. De wachttermijn waarna van een omgevingsvergunning gebruik mag worden gemaakt wordt verlengd met 30 dagen, zijnde van 35 dagen naar 65 dagen en dit zowel bij de vereenvoudigde als de gewone procedure[9].
  6. Elk van de bovenstaande termijnen kunnen worden verlengd onder dezelfde voorwaarden waarbinnen het toepassingsgebied van het Besluit COVID-19 kan worden uitgebreid[10].

 

2. Volgende procedurele aanpassingen worden doorgevoerd:

 

  1. Openbare onderzoeken[11]:
    1. Lopende openbare onderzoeken worden geschorst tot en met 24 april 2020 en lopen nadien verder[12];
    2. Nieuwe openbare onderzoeken kunnen slechts worden georganiseerd na 24 april 2020;
    3. De bovenstaande termijnen kunnen worden verlengd onder dezelfde voorwaarden waarbinnen het toepassingsgebied van het Besluit COVID-19 kan worden uitgebreid;
       
  2. Hoorzittingen[13]:
    1. Hoorzittingen kunnen op verzoek van de bevoegde overheid, de bevoegde omgevingsambtenaar of de voorzitter van de omgevingsvergunningscommissie schriftelijk, via teleconferentie of videoconferentie plaatsvinden;
       
  3. Vergaderingen omgevingsvergunningscommissie[14]:
    1. Vergaderingen omgevingsvergunningscommissie kunnen op verzoek van de voorzitter van de omgevingsvergunningscommissie via teleconferentie of videoconferentie worden georganiseerd;
       
  4. Adviezen:
    1. Laattijdige of niet uitgebrachte adviezen in het kader van omgevingsvergunningsaanvragen of administratieve beroepen worden niet langer als stilzwijgend gunstig beschouwd, maar aan de adviesverplichting kan worden voorbijgegaan[15].
    2. Laattijdige of niet uitgebrachte adviezen in het kader van de MER verplichting[16] worden niet langer als stilzwijgend gunstig beschouwd, maar aan de adviesverplichting kan worden voorbijgegaan.

       
    3. Besluit

De Vlaamse Regering heeft aldus een aantal termijnen in het kader van de omgevingsvergunning verlengd en aantal verplichtingen versoepeld, doch belangrijk zal blijven de termijnen, evenals mogelijke nieuwe wetgeving goed op te volgen.

______________________________

[1] Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 5 van het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, wat betreft de omgevingsvergunning, p.1 .

[2] Artikel 14 Besluit COVID-19.

[3] Artikel 3 Besluit COVID-19.

[4] Artikel 3 Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, zoals vermeld in het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid.

[5] Artikel 4 Besluit COVID-19.

[6] Artikel 5 Besluit COVID-19.

[7] Artikel 6 Besluit COVID-19.

[8] Artikel 7 Besluit COVID-19.

[9] Artikel 8 Besluit COVID-19.

[10] Artikel 9 Besluit COVID-19.

[11] Artikel 10 Besluit COVID-19.

[12] Opgelet bezwaren ingediend tussen 24 maart 2020 en 24 april 2020 zijn toegelaten.

[13] Artikel 11 Besluit COVID-19.

[14] Artikel 11 Besluit COVID-19.

[15] De mogelijkheid tot het instellen van een beroep tegen een omgevingsvergunningsbeslissing door een adviesinstantie op grond van artikel 53, eerste lid, 3° Omgevingsvergunnnigsdecreet blijft evenwel behouden.

[16] Artikel 12  Besluit van 17 februari 2017 van de Vlaamse Regering betreffende nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage.

 

Zie ook : BDL&T Advocaten


Click here to see the ad(s)

LexGO Network