Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid. Dominique Dombret Coördinator deontologie en tucht
Belangrijkste inhoudelijke aanpassingen
Een belangrijk onderdeel van de revisie betreft de verdere verduidelijking van de regels inzake belangenconflicten. Verschillende bepalingen werden herwerkt om beter in te spelen op de praktische moeilijkheden die zich op dit vlak stellen. Zo wordt onder meer:
- duidelijker omschreven wanneer een advocaat niet kan optreden wegens een (dreigend) belangenconflict
- gepreciseerd onder welke voorwaarden een advocaat toch voor meerdere cliënten kan optreden
- expliciet bepaald dat de advocaat steeds verplicht is om belangenconflicten actief te beoordelen en te vermijden
- verduidelijkt welke gevolgen een belangenconflict heeft voor de verdere behandeling van een dossier
Daarnaast werden ook bepalingen aangepast over:
- de onafhankelijkheid van de advocaat
- de verhouding tussen verschillende activiteiten van de advocaat
- het beroepsgeheim en de bescherming ervan in concrete situaties
Het resultaat van de aangenomen aanpassingen leest u in de artikelen 1 tot en met 24 van de Codex Deontologie voor Advocaten. Naar Deel I van de Codex Deontologie
Met deze revisie bieden we advocaten meer houvast bij de toepassing van essentiële deontologische regels, met extra duidelijkheid rond belangenconflicten en onafhankelijkheid in de dagelijkse praktijk.
Inwerkingtreding
Het reglement trad in werking op 2 juni 2026 , de dag van de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.
Doel en achtergrond van de revisie
De revisie heeft tot doel de bestaande regels te verduidelijken, te actualiseren en beter af te stemmen op de praktijk van de advocatuur. Daarbij werd bijzondere aandacht besteed aan:
- de leesbaarheid en coherentie van de bepalingen
- de afstemming op bestaande nationale en Europese gedragsregels
- de nood aan duidelijke en werkbare normen voor de advocaat in zijn dagelijkse praktijk