04/03/26

Regering beperkt voordeel van de BV-vrijstellingen

In het begrotingsakkoord voor 2026 was overeengekomen om de oplopende kost van de verschillende vrijstellingen tot doorstorting van bedrijfsvoorheffing te bevriezen op het niveau van 2025. In het ontwerp van Programmawet dat eerder deze week werd gepubliceerd, wordt deze maatregel nu uitgevoerd (DOC 56 1378/001). Maar hoewel het oorspronkelijk de bedoeling leek dat deze maatregel slechts tijdelijk zou zijn, blijkt nu dat er sprake zal zijn van een permanente beperking. 

Waarover gaat het?

Werkgevers kunnen in verschillende gevallen genieten van een vrijstelling tot doorstorting van bedrijfsvoorheffing (BV-vrijstellingen). Deze maatregelen zijn zeer populair, zoals blijkt uit de toenemende kostprijs ervan. Voor het jaar 2024 bedroeg de totale kostprijs 4,36 miljard euro. En de verwachting is dat deze de komende jaren ook nog zal toenemen. Deze stijgende kostprijs was problematisch, gelet op de budgettaire situatie van België.

In het begrotingsakkoord van 24 november 2025 werd dan ook overeengekomen om de stijging een halt toe te roepen en de kost van de BV-vrijstellingen te beperken. Deze maatregel wordt nu concreet uitgewerkt in het gepubliceerde ontwerp van Programmawet.

Bevriezen van de kostprijs

Het bedrag aan BV-vrijstelling dat kan worden toegepast voor bezoldigingen die vanaf 1 januari 2027 worden toegekend, zal meer bepaald vermenigvuldigd moeten worden met een bepaalde correctiefactor (nieuw art. 275/0/2 WIB92). Deze factor moet de gevolgen van de inflatie op de totale kostprijs van de BV-vrijstellingen neutraliseren. De vrijstellingspercentages (bijv. 22.80% voor ploegenarbeid, 80% voor O&O, 100% voor koopvaardij) wijzigen dus niet. Ook een toename van een vrijstelling omwille van bijv. bijkomende aanwervingen zal niet geneutraliseerd worden.

De correctiefactor varieert in de komende jaren en bedraagt:

  • 97% voor bezoldigingen die tussen 1 januari 2027 en 31 december 2027 worden betaald of toegekend;
  • 93,35% voor bezoldigingen die tussen 1 januari 2028 en 31 december 2028 worden betaald of toegekend;
  • 95,9% vanaf 1 januari 2029.

In functie van de evolutie van de inflatie en de loonindexeringen (of andere economische parameters) kan deze factor wel nog aangepast worden. De Koning krijgt immers de bevoegdheid om ten laatste op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waar de correctiefactor betrekking op heeft en ten laatste op 31 december 2028 een wijziging in plus of min door te voeren.

Het bedrag waarop de correctiefactor moet worden toegepast, kan overigens ook niet hoger zijn dan de bedrijfsvoorheffing die op de bezoldigingen van de betrokken werknemers werd ingehouden. Dit is bijvoorbeeld relevant voor de BV-vrijstelling voor ploegen- of nachtarbeid. De correctiefactor zal overigens niet gelden voor de bis-variant, aangezien dit regime maar een tijdelijk regime is en eind dit jaar afloopt.

Als de specifieke BV-vrijstelling ook voorziet in een bestedingsplicht (wat bijv. het geval is voor sportbeoefenaars) zal deze bestedingsplicht ook aan dezelfde correctiefactor onderworpen worden.

Via deze maatregel hoopt de regering een budgettair rendement te behalen van 107 miljoen euro (2027), 246 miljoen euro (2028) en 148 miljoen euro (2029).

Permanente beperking

Uit het begrotingsakkoord kon worden afgeleid dat deze maatregel slechts tijdelijk zou zijn, en enkel voor de jaren 2027-2028-2029 zou gelden. Dit blijkt overigens ook uit het ontwerp van Memorie van Toelichting, waarin bijv. wordt gesteld dat: “Het is de bedoeling van deze maatregel om de totale kostprijs van de diverse vrijstellingen gedurende drie opeenvolgende jaren te bevriezen” (DOC 56 1378/001, 20).

Maar het wetsontwerp luidt evenwel anders. Zo bepaalt het (nieuwe) art. 275/0/2 WIB92 dat de correctiefactor “vanaf 1 januari 2029” 95.9% bedraagt. Deze correctiefactor wordt dus niet beperkt tot het jaar 2029 en zal dus een permanent karakter hebben.

De Koning zal overigens ook geen bevoegdheid meer hebben om de correctiefactor vanaf 2029 te wijzigen, aangezien de aanpassing ten laatste op 31 december 2028 moet worden voorgesteld. Een aanpassing van de correctiefactor zal dan via een wetswijziging moeten verlopen.

Procedurele aspecten

De toepassing van de correctiefactor zal ook in de aangifte in de bedrijfsvoorheffing moeten verwerkt worden. Volgens het ontwerp van memorie van toelichting zullen in de aangifte zowel het bedrag waarop de correctiefactor werd berekend als de vermindering omwille van de correctiefactor moeten worden vermeld. De relevante KB’s zullen nog worden aangepast.

Maar de regering houdt ook nog een stok achter de deur, en geeft de Koning ook de bevoegdheid om desgevallend een aparte bijkomende aangifteverplichting in te voeren als de opvolging op basis van het huidige aangiftesysteem onvoldoende zou blijken.

dotted_texture