24/02/26

Onroerende voorheffing bij een leegstaand gebouw: wat moet u weten over de proportionele vermindering?

Een periode van leegstand of een onverwachte schade aan een pand kan niet alleen praktisch lastig zijn, maar ook financieel zwaar doorwegen. Het pand is niet in gebruik en brengt niet op maar belastingen zoals de onroerende voorheffing lopen gewoon door.

Gelukkig kan het aanslagbiljet in de onroerende voorheffing in bepaalde gevallen proportioneel worden verminderd. In deze blogpost lichten we op een toegankelijke manier toe wanneer u in aanmerking komt en hoe u de vermindering aanvraagt.

Niet elke leegstand of schade leidt automatisch tot een vermindering, maar in verschillende situaties kan een aanvraag zinvol zijn. Een pand komt in volgende gevallen in aanmerking: wanneer het niet-gemeubileerd was, minstens negentig dagen binnen hetzelfde jaar niet in gebruik was en geen inkomsten heeft opgebracht. Duurt die toestand langer dan 12 maanden, dan moet worden aangetoond dat de leegstand onvrijwillig was. Dit gebeurt frequent bij vastgoed bestemd voor projectontwikkeling waarbij de omgevingsvergunning op zich laat wachten.

Bewijsstukken zoals verbruiksgegevens van water, gas en elektriciteit, attesten van de gemeente of politie, foto’s en facturen bij renovaties, of documenten van tehuur- of tekoopstelling kunnen helpen om de proportionele vermindering te staven.

Ook bij vernielde onroerende goederen kan een vermindering worden toegestaan, bijvoorbeeld wanneer een pand volledig of minstens voor een kwart van het kadastraal inkomen werd vernield door een onvrijwillige gebeurtenis zoals brand of instorting. Daarnaast kunnen materieel en outillage eveneens onder de regeling vallen, hetzij bij vernieling, hetzij bij een inactiviteit van minstens negentig dagen. In tegenstelling tot gebouwen hoeft de oorzaak hier niet onvrijwillig te zijn en geldt er geen beperking op de duur van de inactiviteit.

De proportionele vermindering wordt telkens berekend in verhouding tot de periode waarin het goed daadwerkelijk improductief was. De aanvraag verloopt via een bezwaarprocedure, die jaarlijks opnieuw moet worden ingediend. Voor een standaard aanslagbiljet hebt u tijd tot 31 maart van het jaar na het aanslagjaar. Ontvangt u een aanslagbiljet in de onroerende voorheffing in een later jaar dan het jaar waarop de onroerende voorheffing betrekking heeft, geldt de gewone bezwaartermijn van drie maanden. Een voorbeeld ter verduidelijking: als uw pand leegstond in de periode januari – oktober 2025, dan moet u uiterlijk op 31 maart 2026 een bezwaar indienen om de proportionele vermindering van de onroerende voorheffing aan te vragen.

De proportionele vermindering van de onroerende voorheffing is een waardevolle maatregel zijn voor wie geconfronteerd wordt met onverwachte leegstand of schade. Tegelijk blijft de bewijslast en termijnen strikt, waardoor een goed onderbouwde en tijdig ingediende aanvraag essentieel is.

GSJ advocaten ontving voor haar cliënten intussen de eerste positieve beslissingen met de toekenning van de gevraagde proportionele vermindering van de aanslagen in de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2025.

Heeft u vragen over uw dossier of wenst u begeleiding bij het opstellen van een bezwaar?

Neem dan gerust contact met ons op. De deadline van 31 maart 2026 nadert. 

dotted_texture