Verplichting voor financiële instellingen om in het verleden uit het buitenland gerepatrieerde geldmiddelen opnieuw onder de loep te nemen ?
23/06/2021

De Nationale Bank van België heeft op 8 juni 2021 een circulaire uitgevaardigd die de correcte naleving van de waakzaamheidsverplichtingen die worden opgelegd door de antiwitwaswetgeving dient te verduidelijken, in het bijzonder voor de geldmiddelen die financiële instellingen aanhouden ten gevolge van repatriëringen van geldmiddelen uit het buitenland.

Concreet wordt aan de financiële instellingen gevraagd om een interne audit uit te voeren van de interne procedures betreffende deze waakzaamheidsverplichtingen. De Circulaire geeft een interessante inkijk op de wijze waarop de financiële instellingen deze verificatie zullen moeten uitvoeren.

De interne audit zal betrekking moeten hebben op een geloofwaardige steekproef van dossiers. Indien deze audit uitwijst dat de financiële instelling haar verplichtingen op redelijke wijze heeft nageleefd (d.w.z. dat zij op een geloofwaardige manier heeft voldaan aan haar waakzaamheidsverplichting ten aanzien van de gerepatrieerde geldmiddelen), beschouwt de NBB het onderzoek als afgesloten en zal zij geen verdere controleacties ter zake ondernemen. De NBB heeft als toezichthouder immers de mogelijkheid om zelf een intensieve doorlichting van de antiwitwascontroles van een financiële instelling door te voeren. Slechts indien de interne audit aanzienlijke tekortkomingen aan het licht zou brengen, kunnen problematische dossiers aan een nieuw onderzoek worden onderworpen, met mogelijkerwijze een melding aan de CFI tot gevolg. Afhankelijk van de uitkomst van de interne audit kan dit nieuw onderzoek eventueel beperkt blijven tot een bepaalde periode in het verleden, tot repatriëringen die afkomstig zijn van bepaalde landen of tot bepaalde categorieën van cliënten.

De uitvoering van de interne audit dient uiterlijk op 30 juni 2022 te zijn afgerond. In het geval van aanzienlijke tekortkomingen moet er binnen de 3 maanden na de afronding van de interne audit een actieplan worden opgemaakt.

Het spreekt voor zich dat o.a. gerepatrieerde gelden waarvan destijds enkel de fiscaal niet-verjaarde inkomsten, met uitsluiting van het fiscaal verjaard kapitaal, werden geregulariseerd hierdoor mogelijks opnieuw in het vizier komen.

Verwachtingen inzake de verificatie

Financiële instellingen die door hun activiteiten vaak te maken hebben met repatriëringen van geldmiddelen stellen bij voorkeur een procedure en een proces vast voor het onderzoek van dergelijke verrichtingen. De herkomst van de geldmiddelen moet dermate adequaat worden gestaafd dat een redelijke persoon deze voldoende geloofwaardig kan achten. Zelfs indien de herkomst van de geldmiddelen niet zou kunnen worden bewezen, zal de verificatie niettemin succesvol zijn op voorwaarde dat een redelijk persoon elk vermoeden van witwassen redelijkerwijze kan uitsluiten.

Indien bijvoorbeeld een begiftigde een schenking ontvangt, zal de schenkingsakte op zich niet volstaan als bewijs van de herkomst van de gelden. Hetzelfde geldt voor nalatenschappen: er kan een melding worden verricht aan de CFI als de financiële instelling vermoedt dat de geërfde gelden voortkomen uit ernstige fiscale fraude die kan worden toegeschreven aan de overledene. De erfgenamen zullen zich niet kunnen verschuilen achter de loutere aangifte van nalatenschap. Ook als er wordt vermoed dat de aangifte van nalatenschap niet volledig is, zal de financiële instelling dit kunnen melden.

Indien het ontbreken van voldoende documentatie uitsluitend het gevolg is van materiële problemen, bijvoorbeeld als de nuttige stukken in een brand verloren gaan of als de gebeurtenissen te lang geleden zijn, maar niet van dien aard is de herkomst van de geldmiddelen in twijfel wordt getrokken of dat een vermoeden van witwassen rijst of wordt ondersteund, kan de financiële instelling oordelen dat de rechtmatigheid van de herkomst van de geldmiddelen voldoende vaststaat. In dit geval zal er geen melding worden gemaakt aan de CFI.

Wat met repatriëring na EBA-bis?

Fiscale regularisaties die vóór 13 juli 2013 (op basis van de Programmawet van 27 december 2005) werden uitgevoerd (EBA-bis), waren in principe steeds beperkt tot de fiscaal niet-verjaarde inkomsten. De mogelijkheid om ook fiscaal verjaard kapitaal te regulariseren werd slechts expliciet mogelijk gemaakt met de Wet van 11 juli 2013 (EBA-ter). Deze mogelijkheid werd quasi een verplichting sinds de Wet van 21 juli 2016 (EBA-quater).

In de Circulaire wordt bijzondere aandacht besteed aan het lot van gerepatrieerde gelden waarvan de fiscale regularisatie destijds beperkt is gebleven tot de fiscaal niet-verjaarde inkomsten. Hoewel er in bepaalde rechtsleer wordt geargumenteerd dat een dergelijke fiscale regularisatie heeft geresulteerd in een volledige strafrechtelijke immuniteit (dus zowel voor de geregulariseerde inkomsten als voor de onderliggende kapitalen), blijkt uit de Circulaire alvast dat dit standpunt niet wordt gedeeld door de NBB. Na een dergelijke fiscale regularisatie bestaat er m.a.w. wel degelijk een risico op een melding bij de CFI en een eventuele daaropvolgende vervolging door het Parket.

Dit zal echter geenszins automatisch het geval zijn. De financiële instelling zal immers de nodige informatie moeten verzamelen om in concreto te kunnen beslissen of er voldoende elementen aanwezig zijn om het vermoeden van ernstige fiscale fraude redelijkerwijs weg te nemen. De NBB staat toe dat de financiële instellingen het bewijs, naarmate de tijd verstrijkt (d.w.z. hoe ouder de onderzochte repatriëringen zijn), steeds meer baseren op (concrete) aanwijzingen, op de context, enz. De betrokkene zal m.a.w. niet noodzakelijk het schriftelijk bewijs moeten leveren dat al de niet-geregulariseerde bedragen hun normale belastingregime hebben ondergaan. Deze uiterst zware bewijslast (voornamelijk voor wat betreft fiscaal verjaarde kapitalen) die wel wordt opgelegd door het Contactpunt Regularisaties heeft ontegensprekelijk vele belastingplichtigen ervan weerhouden om een fiscale regularisatie door te voeren. Indien er evenwel voldoende elementen aanwezig zijn om het vermoeden van ernstige fiscale fraude redelijkerwijs weg te nemen, wordt nu bevestigd dat de repatriëring van de gelden geen aanleiding kan vormen voor een melding bij de CFI.

Bij gebrek aan dergelijke elementen valt het evenwel niet uit te sluiten dat voorheen gerepatrieerde gelden alsnog het voorwerp kunnen uitmaken van een nieuwe melding bij de CFI.

Alsnog (bijkomend) fiscaal regulariseren ?

Met deze Circulaire lijkt opnieuw de druk te worden verhoogd in hoofde van mogelijke fiscale zondaars om alsnog over te gaan tot een fiscale regularisatie. Dit is mogelijk op voorwaarde dat men nog geen dergelijke regularisatie heeft doorgevoerd op basis van Wet van 21 juli 2016 en zolang men niet schriftelijk in kennis is gesteld door een Belgische gerechtelijke instantie, een Belgische belastingadministratie, een Belgische sociale zekerheidsinstelling of een sociale inspectiedienst of de FOD Economie, van lopende specifieke onderzoeksdaden.

Hierbij stelt zich wel het probleem dat diegenen die alsnog een fiscale regularisatie zouden overwegen of hiertoe noodgedwongen zouden moeten overgaan, dit sinds begin van het jaar mogelijks niet meer kunnen. Dit zal het geval zijn indien de fiscale overtredingen (gedeeltelijk) betrekking hebben op regionale belastingen (bijv. ontdoken erfbelasting). Het Vlaamse regularisatiesysteem werd immers slecht tijdelijk ingevoerd met als einddatum 31 december 2020. Daarnaast kunnen sinds begin van het jaar evenmin zogenaamde gemengde regularisatiedossiers meer worden ingediend die zowel federale als regionale belastingen bevatten, maar waarvoor geen exacte opsplitsing mogelijk is. Regularisatiedossier die betrekking hebben op zuiver federale belastingen kunnen nog tot eind 2023 worden ingediend.

Bij gebrek aan een dergelijke fiscale regularisatie kan het steeds de moeite lonen om zelf reeds een verantwoordingsdossier samen te stellen.

Related : Bloom ( Mr. Pieterjan Smeyers ,  Ms. Hannah Neve )

[+ http://www.bloom-law.be]

Mr. Pieterjan Smeyers Mr. Pieterjan Smeyers
Advocaat
[email protected]
Ms. Hannah Neve Ms. Hannah Neve
Associate
[email protected]

Click here to see the ad(s)
All articles Corporate tax

Lastest articles Corporate tax

EU Court of Justice orders another judicial State aid review of Belgian Excess Profit Rulings
16/09/2021

On 16 September 2021, the Court of Justice of the European Union issued its judgement on whether the Belgian excess profit...

Read more

The reconstitution reserve allows to exempt profits from corporate tax
30/08/2021

The so-called reconstitution reserve is part of the additional economic, tax and financial measures to soften the economic...

The reconstitution reserve allows to exempt profits from corporate tax Read more

Kan een AGB de fiscale voordelen van een “kleine vennootschap” genieten?
03/08/2021

Kleine vennootschappen genieten in de vennootschapsbelasting enkele fiscale voordelen. Hoewel talrijke autonome gemeentebe...

Kan een AGB de fiscale voordelen van een “kleine vennootschap” genieten? Read more

Het lot van liquidatiereserves bij geruisloze fusies en partiële splitsingen: verlies liquidatie...
23/07/2021

Heel wat vennootschappen maken op vandaag gebruik van het regime van de liquidatiereserves. Mits betaling van een liquidat...

Het lot van liquidatiereserves bij geruisloze fusies en partiële splitsingen: verlies liquidatieheffing! Read more

Lastest articles by Mr. Pieterjan Smeyers

Met het oog op de toekomst in moeilijke tijden: de wederopbouwreserve
20/11/2020

Om de nadelige economische gevolgen van de COVID-19 pandemie zoveel als mogelijk te beperken, voorziet de regering niet en...

Read more

Terbeschikkingstelling woning aan bedrijfsleider : 
een kwestie van een goede voorbereiding
28/09/2020

De (al dan niet gratis) terbeschikkingstelling van een woning door een vennootschap aan haar bedrijfsleider is en blijft e...

Read more

Algemene verhoging van het tarief van de roerende voorheffing tot 27% - Kunnen winsten nog voorde...
16/02/2016

Op 28 december 2015 werd de wetgeving in het kader van de tax shift gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. In ...

Read more

Lastest articles by Ms. Hannah Neve

Ongrondwettelijk voordeel van alle aard : geen nieuw feit… of toch wel ?
10/12/2020

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 26 november 2020 beslist dat artikel 376 WIB92 het gelijkheidsbeginsel niet...

Read more

LexGO Network