12/05/26

Voorontwerp wijzigingen aan overheidsopdrachtenwet en concessiewet goedgekeurd door ministerraad

Op de ministerraad van 30 april 2026 werd een voorontwerp van wet tot wijziging van de overheidsopdrachtenwet en de concessiewet goedgekeurd. Er wordt een vereenvoudiging van de bestaande plaatsingsprocedures beoogd, net als een verwijzing naar de korte keten bij overheidsopdrachten omtrent voeding. Daarnaast wordt ook voorzien in de herwerking van de bepalingen omtrent energie-efficiëntie, op grond van de Richtlijn 2023/1791/EU.

De volgende wijzigingen zijn voorzien:

  • verhoging van de drempel voor de opdrachten van beperkte waarde van € 30.000 naar € 75.000, met als goed te keuren uitgave € 90.000;
  • mogelijkheid tot rechtstreekse gunning voor opdrachten met een geraamde waarde van € 3.000, met als goed te keuren uitgave € 3.600;
  • uitbreiding van de regeling voor gelegenheidsaankopen, zoals al voorzien in de bijzondere sectoren, naar de klassieke sectoren;
  • wijzigingen inzake de elektronische handtekening;
  • impliciete verklaring op erewoord wordt van toepassing gemaakt wanneer het geraamde bedrag lager is dan de Europese drempels, ongeacht de gebruikte procedure, en wanneer het geraamde bedrag hoger is dan voornoemde drempels in duidelijk omschreven gevallen;
  • geen elektronische factuur vereist wanneer de opdrachtnemer niet uit een land van de Europese Economische Ruimte afkomstig is of bij een gelegenheidsaankoop. De uitzondering voor opdrachten geplaatst door autonome overheidsbedrijven wordt opgeheven;
  • aanbesteders in de openbare procedure en in de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking worden toegelaten om offertes te controleren alvorens tot de selectie over te gaan, met inbegrip van de controle van fiscale en sociale schulden;
  • gunning op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding wordt ingevoerd als standaardwijze van gunning voor opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk of hoger is dan de Europese drempel;
  • aanbestedende overheid verplicht om het gebruik van het geïntegreerd UEA mogelijk te maken;
  • verplichting van de aanbestedende overheid om onmiddellijk na de opening van de offertes aan elke inschrijver zijn individuele en voorlopige plaats in de rangschikking mee te delen, wordt uitgebreid naar alle opdrachten die via een openbare of niet-openbare procedure worden gegund en waarbij de economisch meest voordelige offerte uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald;
  • enkele verduidelijkingen over de benadering omtrent levenscycluskosten.

Nu het voorontwerp door de ministerraad werd goedgekeurd, wordt het ter advies voorgelegd aan de Raad van State. Binnenkort dus meer hierover.

Auteurs:
- Sofie Logie en Niels Lemaire

dotted_texture