15/07/23

Opzegtermijn beperkt tot 13 weken voor alle werknemers die ontslag nemen

De maximale wettelijke opzeggingstermijnen ingeval de werknemer ontslag neemt, zoals voorzien in het "eenheidsstatuut", worden aangepast door een wet van 20 maart 2023 en treedt in werking op 28 oktober 2023.

1. Hoe is het tot nu toe?

Met de inwerkingtreding van de wet betreffende het eenheidsstatuut, het zogenaamde "dubbele foto" stelsel, op 1 januari 2014, werd een overgangsregeling ingevoerd voor de berekening van opzeggingstermijnen die van toepassing zijn op de arbeidsovereenkomsten die toen reeds lopende waren.

Deze overgangsregeling vereist dat er twee opzeggingstermijnen worden berekend:

(i) een opzeggingstermijn voor de periode die loopt vanaf het sluiten van de arbeidsovereenkomst tot 31 december 2013; en

(ii) een termijn voor de periode vanaf 1 januari 2014 (inwerkingtreding van het eenheidsstatuut) tot het einde van de arbeidsrelatie.

Deze 2 periodes moeten dan bij elkaar worden opgeteld om de totale opzegtermijn te bekomen die in acht moet worden genomen.

Een bepaling van deze overgangsregeling was in de praktijk onduidelijk en beperkte de totale duur van de opzegtermijn bij ontslag van de werknemer.

Deze overgangsregeling voorziet al in een beperking van de totale opzegtermijn - tot 13 weken - in geval de werknemer ontslag neemt wanneer het eerste en tweede deel van de opzegtermijn bij elkaar worden opgeteld. In de praktijk was deze bepaling van de overgangsregeling echter onduidelijk.

2. Hoe is het nu bepaald?

De overgangsregeling bij opzegging door de werknemer verdwijnt en een nieuwe paragraaf wordt ingevoegd die uitdrukkelijk bepaalt dat de opzeggingstermijn, wanneer zowel arbeiders als bedienden zelf hun ontslag geven, nooit langer mag zijn dan 13 weken.

Bijgevolg zullen de nieuwe opzeggingstermijnen - die voorzien in een maximum van 13 weken voor werknemers met minstens 8 jaar anciënniteit - steeds van toepassing zijn in geval een werknemer zelf ontslag neemt.

3. Andere overgangsregels ingetrokken

Daarbovenop schrapt de wet de overgangsbepalingen voor opzeggingstermijnen bij ontslag voor zogenaamde "hogere" werknemers, omdat ze in strijd worden geacht met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

Deze overgangsbepaling bepaalde dat de opzeggingstermijn voor bedienden waarvan de jaarlijkse bezoldiging op 31 december 2013 de grens van €32.254 overschreed, anderhalve maand bedraagt per periode van vijf jaar anciënniteit, met een maximum van vier en een halve maand. Voor werknemers met een jaarlijkse bezoldiging van meer dan €64.508 op 31 december 2013, is de maximale periode vastgesteld op 6 maanden. Hierdoor moesten bedienden in sommige gevallen een opzeggingstermijn respecteren van meer dan 13 weken wanneer ze zelf ontslag namen.

Het Grondwettelijk Hof heeft namelijk meerdere keren geoordeeld dat dit onderscheid tussen "hogere" en "lagere" bedienden in strijd is met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

4. Besluit

De wet van 20 maart 2023 treedt in werking op 28 oktober 2023.

Ontslagen die ter kennis worden gebracht vóór 28 oktober, blijven onder de toepassing van de oude regeling. 

dotted_texture