09/06/26

De nieuwe centen-index en loonmatiging

De Programmawet die vanaf 1 juni 2026 de automatische aanpassing van lonen aan de index tijdelijk wijzigt, is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze nieuwsbrief licht de maatregel van loonmatiging toe, de gevolgen ervan alsook enkele aandachtspunten voor HR.

Achtergrond

De Kamer heeft de Programmawet definitief goedgekeurd, met daarin de veelbesproken 'centen-index'. De sociale partners binnen de Groep van Tien stelden unaniem een technisch eenvoudiger alternatief voor — het uitvlakken van de energieprijzen — maar de federale regering wees dit voorstel definitief af. Voor de regering-De Wever is de centen-index een budgettaire noodzaak: de maatregel genereert direct extra inkomsten voor de schatkist en helpt zo het acute federale begrotingstekort te dichten.

Kernprincipe: gedeeltelijke aftopping van de index

De automatische indexering wordt niet afgeschaft, maar tijdens deze legislatuur tweemaal gedeeltelijk begrensd:

  • Eerste matigingsperiode: start op 1 juni 2026
  • Tweede matigingsperiode: start in principe op 1 januari 2028

De maatregel geldt in de private sector uitsluitend voor werknemers waarvan het referteloon op het moment van de normale indexaanpassing meer dan 4.000 EUR bruto bedraagt.

Wat is het referteloon?

Het referteloon is het geïndexeerde vaste baremieke of contractuele maandelijkse basisloon, uitgedrukt op voltijdse basis. Premies, overloontoeslag, eindejaarspremie en vakantiegeld tellen niet mee. Voor arbeiders wordt het uurloon omgezet naar een maandloon; voor deeltijders wordt het loon herleid naar een voltijds equivalent op basis van hun tewerkstellingsbreuk.

Hoe werkt de maatregel in de praktijk?

Tot 4.000 EUR bruto:  Volledige indexaanpassing, zowel op sector- als op ondernemingsniveau
Meer dan 4.000 EUR bruto: Vaste verhoging van 80 EUR/maand (= 2% op 4.000 EUR), aangevuld met indexering op het volledige loon voor zover de reële index 2% overschrijdt

Het grensbedrag van 4.000 EUR wordt geïndexeerd bij de aanvang van de tweede matigingsperiode.

Rekenvoorbeeld — Een werknemer met een referteloon van 5.000,00 EUR bruto ontvangt een indexaanpassing van 2,50%:

  • Zonder loonmatiging: 5.000 EUR × 2,50% = 125 EUR
  • Met loonmatiging: 80 EUR (vaste verhoging) + 5.000 EUR × 0,50% (enkel het deel boven 2%) = 80 EUR + 25 EUR = 105 EUR

Einde van de matigingsperiode

Zodra de cumulatieve indexaanpassing tijdens een matigingsperiode 2% bereikt en de loonmatiging werd toegepast, is het matigingseffect bereikt en eindigt de matigingsperiode. Alle verdere indexaanpassingen kunnen dan onverminderd worden doorgevoerd, tot eventueel de start van de tweede matigingsperiode.

Nieuw in dienst getreden werknemers

Werknemers die na de aanvangsdatum van een matigingsperiode in dienst treden, worden geacht alle indexaanpassingen te hebben ondergaan vanaf die aanvangsdatum. Dit heeft twee praktische gevolgen:

  • Matigingseffect al bereikt: zij genieten de normale indexaanpassingen zonder beperking.
  • Matigingseffect nog niet bereikt: zij kunnen bij een volgende indexaanpassing alsnog te maken krijgen met de loonmatiging.

Een bijzonder aandachtspunt: werkgevers kunnen verplicht worden om voor deze werknemers een voorlopige loonmatigingsbijdrage te betalen, ook als de loonmatiging op die werknemers de facto niet werd toegepast en de werkgever bijgevolg geen enkele besparing realiseerde.

Strijdige overeenkomsten

De Programmawet bepaalt dat alle overeenkomsten die in strijd zijn met de loonmatiging als niet-bestaand worden beschouwd. Of dit in de praktijk veel impact zal hebben — denk aan de beperkte gevolgen bij niet-naleving van de loonnorm — blijft een open vraag.

Loonmatigingsbijdrage: financieel effect voor de werkgever

De regering wenst dat een deel van de besparing die werkgevers realiseren via de loonmatiging, naar haar toekomt. Werkgevers zijn daarom verplicht om de helft van de gerealiseerde besparing (inclusief sociale bijdragen) door te storten aan de RSZ via een nieuwe RSZ-bijdragecode.

In het bovenstaande voorbeeld bedraagt de besparing voor de werkgever 20 EUR (= 125 EUR - 105 EUR). De loonmatigingsbijdrage bedraagt dan 10 EUR, te vermeerderen met de normale sociale bijdragen.

Geconsolideerde loonmatigingsbijdrage

Vanaf de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het matigingseffect tijdens de tweede matigingsperiode werd bereikt, is een definitieve geconsolideerde loonmatigingsbijdrage verschuldigd voor alle lonen waarop een indexeringsmechanisme van toepassing is. De RSZ int deze bijdrage op trimestriële basis.

Aandachtspunten voor HR

De invoering van de centen-index brengt bijkomende loonadministratie met zich mee. HR-teams zullen aangepaste loonberekeningen moeten (laten) uitvoeren en, waar van toepassing, de loonmatigingsbijdrage correct moeten berekenen.

Specifiek aandachtspunt voor cafetariaplannen — Ondernemingen met een cafetariaplan waarbij een keuzebudget wordt gecreëerd via een loonsverlaging, dienen de principes van loonmatiging en loonmatigingsbijdrage te integreren in hun policy. In de praktijk wordt het referteloon vóór loonsverlaging vaak gekoppeld aan het sectorale indexatiemechanisme, en wordt de daaruit voortvloeiende loonsverhoging toegevoegd aan het verlaagde maandloon. Dit vormt strikt genomen een schending van de Programmawet (en de loonnorm) en kan bovendien leiden tot een meerkost door de verschuldigdheid van de loonmatigingsbijdrage — met name wanneer ook het verlaagde maandloon meer dan 4.000 EUR bedraagt. Er zijn uiteenlopende benaderingswijzen mogelijk, die grondig moeten worden bekeken.

Auteur: Stijn Demeestere (Deloitte Legal) 

dotted_texture