10/03/20

Europese Unie versterkt bescherming voor klokkenluiders

De jongste tijd werden verschillende financiële en milieuschandalen aan het licht gebracht door toedoen van klokkenluiders. Zij stelden handelingen aan de kaak die zij in het kader van hun werk hadden vastgesteld en die het algemeen belang ernstig schaadden. Deze meldingen van klokkenluiders spelen een belangrijke rol bij het behoud van het welzijn van de samenleving. Angst voor represailles kan klokkenluiders echter afschrikken om hun vermoedens of kennis te openbaren. Een recent aangenomen Europese richtlijn beoogt een einde te maken aan represailles tegen klokkenluiders en wil hen een betere bescherming garanderen.

Momenteel is de bescherming van klokkenluiders versnipperd over de lidstaten van de Europese Unie en over de verschillende beleidsterreinen. In België genieten klokkenluiders in bepaalde gevallen bescherming maar deze bescherming is allesbehalve eenvormig. In de federale en Vlaamse overheidssector zijn werknemers beschermd tegen maatregelen die tegen hen worden genomen naar aanleiding van meldingen, terwijl er in Wallonië en in Brussel geen soortgelijke regelingen bestaan. In de privésector zijn er zelden maatregelen ter bescherming van klokkenluiders, hoewel er in de financiële sector wel enige bescherming wordt geboden.

Op 23 oktober hebben het Europees Parlement en de Raad de Richtlijn aangenomen inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden. Deze Richtlijn stelt minimumnormen vast voor alle EU-lidstaten, die beogen een einde te maken aan represailles tegen klokkenluiders en hen een betere bescherming te garanderen.

Concreet verplicht de Richtlijn de lidstaten ertoe doeltreffende, vertrouwelijke en veilige meldkanalen in te richten en ervoor te zorgen dat klokkenluiders doeltreffend tegen represailles worden beschermd.

Het toepassingsgebied van de Richtlijn

Het materiële toepassingsgebied van de Richtlijn is ruim en beoogt volgende inbreuken:

  • Inbreuken binnen het toepassingsgebied van de handelingen van de Unie met betrekking tot overheidsopdrachten, de voorkoming van witwassen van geld en terrorismefinanciering, de bescherming van het milieu, volksgezondheid en consumentenbescherming. Deze lijst van domeinen die onder het toepassingsgebied van de Richtlijn vallen, is opgenomen in bijlage 1 bij de Richtlijn en kan in de toekomst nog worden aangepast.
  • Inbreuken waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad.
  • Inbreuken in verband met de interne markt.

Wat de persoonlijke werkingssfeer betreft is Richtlijn van toepassing op "in de private of de publieke sector werkzame melders die informatie over inbreuken hebben verkregen in een werkgerelateerde context" (art. 4).

De Richtlijn heeft dus betrekking op werknemers, zelfstandigen, aandeelhouders en personen die behoren tot het bestuurlijk, leidinggevend en toezichthoudend orgaan van een onderneming, met inbegrip van niet bij het dagelijks bestuur betrokken leden, vrijwilligers en bezoldigde of onbezoldigde stagiairs, maar ook eenieder die onder toezicht en leiding werkt van aannemers, onderaannemers en leveranciers. Daarnaast is de Richtlijn ook van toepassing op melders, ook indien zij informatie melden die is verkregen in een ondertussen beëindigde werkrelatie of wanneer hun werkrelatie nog moet aanvangen, op facilitators, op derden die verbonden zijn aan de melders en die te maken kunnen krijgen met represailles in een werkgerelateerde context, en op juridische entiteiten die eigendom zijn van de melders of waarvoor zij werken.

De verschillende communicatiekanalen die worden beoogd

De Richtlijn voorziet in drie kanalen: interne meldingskanalen, externe meldingskanalen en de openbaarmaking.

Meldingen via interne meldingskanalen worden aangemoedigd (en genieten de voorkeur boven externe kanalen) wanneer het mogelijk is de inbreuk via die weg daadwerkelijk een halt toe te roepen en de melder van oordeel is dat hij/zij geen risico loopt op represailles.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er interne meldkanalen worden gecreëerd in bedrijven met meer dan 50 werknemers of in gemeenten met meer dan 10.000 inwoners, en ze moeten er op toezien dat meldingen zorgvuldig worden afgehandeld. Meer specifiek moet voorzien worden in:

  • een ontvangstbevestiging aan de melder binnen een termijn van ten hoogste zeven dagen na ontvangst van de melding;
  • de aanwijzing van een onpartijdige persoon of afdeling die bevoegd is voor de zorgvuldige opvolging van de meldingen;
  • een redelijke termijn (in geen geval langer dan drie maanden) om de melder feedback te geven over de afhandeling van de melding;  en
  • duidelijke en gemakkelijk toegankelijke informatie over de voorwaarden en de procedures voor externe meldingen.

Naast het opzetten van interne meldkanalen zijn de lidstaten verplicht onafhankelijke en autonome externe meldkanalen op te zetten voor het ontvangen en in behandeling nemen van informatie over inbreuken (onder andere rekening houdend met de wetgeving inzake bescherming van persoonsgegevens). De lidstaten moeten de autoriteiten aanwijzen die bevoegd zijn om meldingen te ontvangen en ervoor zorgen dat de meldingen daadwerkelijk opgevolgd worden.

Tot slot moeten de lidstaten ervoor zorgen dat een persoon die overgaat tot openbaarmaking door informatie over inbreuken in de openbaarheid te brengen, beschermd wordt als hij of zij zich in één van de volgende situaties bevindt:

  • hij/zij heeft eerst een (interne en) externe melding gedaan maar er zijn naar aanleiding van die melding geen passende maatregelen genomen binnen de gestelde termijn,
  • hij/zij heeft gegronde redenen om aan te nemen dat de inbreuk een dreigend of reëel gevaar inhoudt voor het algemeen belang (bijvoorbeeld als er sprake is van een noodsituatie of een risico op onherstelbare schade), of
  • hij/zij heeft gegronde redenen om aan te nemen dat er een risico op represailles bestaat bij meldingen via een extern kanaal of dat het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk doeltreffend zal worden verholpen (bijvoorbeeld omdat er bewijsmateriaal zou worden vernietigd of omdat er een autoriteit bij betrokken is).

Beschermingsmaatregelen voor klokkenluiders

De Richtlijn voorziet in verschillende maatregelen ter bescherming van klokkenluiders waarvan de belangrijkste hieronder worden uiteengezet:

  • Geheimhoudingsplicht: Slechts uitzonderlijk mag de identiteit van de melder en andere informatie worden bekendgemaakt, namelijk indien het gaat om een noodzakelijke en evenredige verplichting krachtens het Unierecht of het nationale recht in het kader van onderzoek door nationale autoriteiten of gerechtelijke procedures, mede ter waarborging van de rechten van verdediging van de betrokkene.
  • Verbod op represailles: De lidstaten nemen de nodige maatregelen om elke vorm van represailles te verbieden, waaronder dreigingen met en pogingen tot represailles, met name  ontslag, degradatie of het onthouden van bevordering, overdracht van taken, verandering van de plaats van tewerkstelling, vermindering van loon, verandering van de werktijden, dwang, intimidatie, pesterijen of uitsluiting, benadeling of ongelijke behandeling, of vroegtijdige beëindiging of opzegging van een contract voor de levering van goederen of diensten.
  • Ondersteuningsmaatregelen: De lidstaten zorgen ervoor dat de personen toegang hebben tot ondersteuningsmaatregelen, zoals een gemakkelijke en kosteloze openbare toegang tot volledige en onafhankelijke informatie en adviezen over de beschikbare rechtsmiddelen en procedures die bescherming bieden tegen represailles en over de rechten van de betrokkene, toegang tot effectieve bijstand van de bevoegde autoriteiten bij de bescherming van de melder tegen represailles en toegang tot rechtshulp. De lidstaten kunnen voorzien in financiële bijstand en ondersteunende maatregelen, met name psychologische steun, voor de melders.
  • Maatregelen ter bescherming tegen represailles: Melders kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de toegang tot de betrokken informatie, tenzij die op zichzelf een strafbaar feit vormde. In dat geval blijft voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid het toepasselijke nationale recht gelden.
  • Sancties: De lidstaten zorgen voor doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor natuurlijke personen of rechtspersonen die een melding belemmeren of trachten te belemmeren, die represaillemaatregelen nemen tegen melders, onnodige of tergende procedures tegen melders aanspannen of de verplichting tot geheimhouding van de identiteit van melders schenden.

De omzetting in nationaal recht

De Richtlijn werd op 26 november 2019 in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd en zal in werking treden op de twintigste dag na de publicatie, dit is op 16 december 2019. De lidstaten hebben twee jaar de tijd om deze Richtlijn om te zetten in nationaal recht. Vier jaar na de inwerkingtreding van de Richtlijn moet een verslag worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van de Richtlijn en de toepassing ervan.

Valérie Lefèvre
valerie.lefevre@eubelius.com

dotted_texture