Wat is een ‘overeenkomstige onderneming' van een sociaaleconomieonderneming bij voorbehouden opdrachten of concessies?
25/02/2019

In het arrest nr. 243.568 van 31 januari 2019, uitgesproken bij uiterst dringende noodzakelijkheid, wordt door de Raad van State alvast aangegeven wie niet kan beschouwd worden als een ‘overeenkomstige onderneming’:

'Wat het tweede middelonderdeel betreft, lijkt, voor de beoordeling ervan, vooralsnog niet vereist na te gaan of het bestek, al dan niet met toepassing van artikel 33 van de concessiewet, in die zin dient te worden begrepen dat slechts de in dit bestek vermelde drie categorieën van erkende sociale economieondernemingen in aanmerking mogen komen voor het voorbehouden perceel; de verzoekende partij beantwoordt naar eigen zeggen niet aan één van die categorieën.

De verzoekende partij lijkt immers niet aan te tonen dat zij zich hier nuttig beroept op de volgende besteksbepalingen, mocht zij er al een beroep mogen op doen:

     “Overeenkomstige ondernemingen kunnen aan de plaatsingsprocedure voor het perceel 2 van deze concessie deelnemen op voorwaarde dat zij aantonen dat zij aan gelijkwaardige voorwaarden voldoen.”

     en

     “Overeenkomstige ondernemingen kunnen met de geijkte documenten aantonen dat ze aan gelijkwaardige voorwaarden voldoen.”

De verzoekende partij toont immers op het eerste gezicht niet aan dat zij aan “gelijkwaardige voorwaarden” voldoet als de voorwaarden die worden gesteld in de regelgevingen voor erkende ondernemingen waarnaar in het bestek wordt verwezen. Met de verwerende partij mag worden aangenomen dat daartoe de loutere opname door de verzoekende partij in haar statuten van het hoofddoel, namelijk de maatschappelijke, sociale en professionele integratie en/of re-integratie van gehandicapten en/of kansarmen zoals onder meer bepaalde soorten werklozen, leden van achtergestelde minderheden of andere maatschappelijk gemarginaliseerde groepen, op het eerste gezicht niet volstaat. Evenmin lijkt daartoe te volstaan dat in die statuten is opgenomen dat zij activeringsmogelijkheden zal aanbieden aan gehandicapten of kansarmen, noch het feit dat zij de rechtsvorm heeft aangenomen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met een sociaal oogmerk. Minstens toont de verzoekende partij dit niet met de in het kader van deze procedure vereiste klaarblijkelijkheid aan'.


Dirk Van Heuven

Voir aussi : Publius


Click here to see the ad(s)
Tous les articles Droit administratif

Derniers articles Droit administratif

Covid-19: Réunions des organismes supra locaux soumis au CDLD
20/05/2020

L’AGW n° 32 complète le dispositif mis en place par l’AR du 9 avril 2020 n° 4 portant des dispo...

Covid-19: Réunions des organismes supra locaux soumis au CDLD Read more

Le régime belge de garantie des crédits pour 50 milliards d'euros entre en vigueur
23/04/2020

Un régime de garantie des crédits de 50 milliards a été approuvé par un arrê...

Le régime belge de garantie des crédits pour 50 milliards d'euros entre en vigueur Read more

Over de belangenvereiste bij het Grondwettelijk Hof
27/01/2020

In het arrest nr. 12/2020 van 23 januari 2020 verwerpt het Grondwettelijk Hof het vernietigingsberoep tegen een decreet ho...

Over de belangenvereiste bij het Grondwettelijk Hof Read more

Driemaal is scheepsrecht
20/01/2020

Een vergunninghouder die tot twee keer toe zijn verleende vergunning vernietigd zag door de Raad voor Vergunningsbetwistin...

Driemaal is scheepsrecht Read more

LexGO Network