04/05/17

Zo bereidt u zich voor op de flitscontroles in de bouwsector op 30 mei a.s.

Op  30 mei 2017 wordt er een ‘flitscontrole’ in de bouwsector georganiseerd. In samenwerking met de arbeidsauditoraten gaan de sociale inspecteurs -RSZ, Toezicht op de Sociale Wetten, Sociale Inspectie en RVA- in heel het land op de werven en in de bedrijven controles uitvoeren. Elke aannemer in de bouwsector kan in aanmerking komen want de keuze gebeurt aan de hand van datamining. Dat de flitscontroles hun doel niet missen blijkt uit de cijfers van vorige flitscontroles. In de schoonmaaksector was 30% van de gecontroleerde bedrijven in overtreding. Zorg er dus voor dat u over de nodige documenten beschikt en dat de mensen op het terrein goed geïnformeerd zijn. Hoe u zich het beste kan voorbereiden leest u hier.

Wanneer, waar en wie

De sociaal inspecteur mag, zonder voorafgaande verwittiging, op elk ogenblik van de dag of de nacht vrij binnengaan in alle arbeidsplaatsen of plaatsen waarvan hij redelijkerwijze kan vermoeden dat daar personen werken. Hij mag informatie opvragen bij iedereen die zich ter plekke bevindt. Dat kan gaan om zelfstandigen, werknemers, de werkgever zelf  en de eventuele aangestelden of lasthebbers van de werkgever. De sociaal inspecteur mag ook iedereen uitgebreid ondervragen.

Wat kan de inspecteur vragen eens hij op de werf is?       

De sociaal inspecteur mag de aanwezigen op de werf vragen stellen. Deze kunnen gaan over de identiteit van de opdrachtgever, het statuut van de personen die aan het werk zijn op de werf, het loon enz. Daarenboven moet u ervoor zorgen dat de aanwezigen bepaalde documenten kunnen voorleggen. We lijsten een aantal mogelijke vragen en vereisten hieronder voor u op. Ze kunnen u helpen om uw personeel maximaal voor te bereiden. 

Vragen over de opdrachtgever :

  • Wie is de werkgever of de opdrachtgever ?
  • Waar is die gelokaliseerd?
  • Wie deelt de opdrachten uit?
  • Waar moet er meestal gewerkt worden?

Vragen over de personen op de werf :

  • Identificatiegegevens van de aangetroffen persoon (zowel tijdelijk adres in België als in het thuisland indien het geen Belgische werknemer betreft)
  • Wat is zijn/haar statuut ?
  • Wat is de aanvangsdatum van de tewerkstelling bij de huidige werkgever?
  • Vanaf wanneer is hij/zij op deze werf werkzaam?
  • Heeft hij/zij al gewerkt in zijn/haar thuisland voor de huidige werkgever (indien het geen Belgische werknemer betreft)?
  • Voor zelfstandige : sinds wanneer is hij/zij aangesloten bij een kas voor zelfstandigen?
  • Geniet de aangetroffen persoon uitkeringen? Van welke instantie? Kan hij/zij de noodzakelijke documenten hieromtrent voorleggen? (vb. werkloosheidsdocumenten)

Vragen over verloning :

  • Wie betaalt het loon?
  • Hoe wordt het loon betaald?
  • Zijn er nog loontegoeden?
  • Waar worden sociale lasten en belastingen betaald?
  • Indien het geen Belgische werknemer betreft, worden vergoedingen betaald voor:
  • Voeding, zo ja: hoeveel en door wie betaald?
  • Logies, zo ja: hoeveel en door wie betaald?
  • Verplaatsingskosten, zo ja: hoeveel en door wie betaald?
  • Andere (diety, diurna, …), zo ja: hoeveel?

De inspecteur kan ter plekke volgende documenten vragen aan de aanwezigen : 

  • Identiteitsdocumenten
  • Arbeidskaarten en verblijfvergunningen (voor niet EU-onderdanen)
  • Deeltijdse werknemers: Arbeidsovereenkomst met werkroosters en afwijkingsdocumenten
  • Ingevulde controlekaarten voor werklozen. (C3A,C3.2A,C3D,C3C)
  • Indien een arbeidsongeschikte werknemer aan het werk wordt aangetroffen zal gevraagd worden naar de “Toestemming deeltijdse werkhervatting (TDWH)”afgeleverd door de adviserend geneesheer. Als de betrokkene deeltijds het werk mocht hervatten, moeten de werkroosters en eventuele afwijkingsdocumenten voorgelegd kunnen worden.
  • Aan een uitzendkracht kan de inspecteur vragen om de arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau te tonen. Dat kan via smartphone, laptop of tablet.
  • De A1 documenten LIMOSA kunnen opgevraagd worden ter plekke maar mogen achteraf worden voorgelegd.

Eens de inspectie ter plaatse is in uw bedrijf, dan kan hij u vragen om een aantal documenten voor te leggen.

  1. We lijsten de belangrijkste voor u op :
  2. Bewijs van inschrijving bij de KBO
  3. Bewijs van inschrijving bij de RSZ
  4. Bewijs van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen
  5. Gewone Dimona van voltijdse of deeltijdse werknemers
  6. Arbeidsreglement met alle werkroosters alsook bewijs van registratie
  7. Prestatie- en loongegevens van de werknemers. Het kan gaan om zowel de individuele rekening, de loonfiches, de prestatielijsten of betaalbewijzen.
  8. Arbeidsovereenkomsten, met eventuele bijvoegsels( zoals het werkrooster) van zowel voltijdse als deeltijdse werknemers. Daarnaast ook de uitzendcontracten of studentenovereenkomsten.
  9. Afwijkingsdocument of registratiesysteem voor deeltijdse werknemers die niet volgens het oorspronkelijk afgesproken werkrooster werken.
  10. Overeenkomst voor uitzendarbeid tussen gebruiker en uitzendkantoor én de arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten tussen het uitzendkantoor en de uitzendkracht. Deze laatste mag elektronisch te raadplegen zijn op de laptop of smartphone van de werknemer met vermelding van zijn werkrooster. Is dit niet het geval, dan is de bekendmaking van de werkroosters de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
  11. Bewijs van aansluiting bij de P.D.O.K. en in regel zijn t.e.m. het vorige kwartaal.
  12. Bewijs van aangifte van werf (AFW) en checkin@work (C@W).
  • Bij tewerkstelling van niet-Belgische werknemers of zelfstandigen kunnen volgende documenten gevraagd worden:
  • De arbeidskaarten en/of arbeidsvergunningen en verblijfsvergunningen voor niet EU-onderdanen.
  • Beroepskaarten voor buitenlandse zelfstandigen die niet vrijgesteld zijn (niet EU-onderdanen)
  • Limosameldingen met L1-document

Tom Messiaen, Partner, tom.messiaen@monardlaw.be

dotted_texture