29/01/20

Mag een publieke overheid communiceren over een lopende tuchtprocedure?

De tuchtoverheid moet onpartijdig zijn bij beslissingen inzake tucht-aangelegenheden. De tuchtoverheid mag dus niet bevooroordeeld zijn ten aanzien van de eventuele schuld van het personeelslid. De reikwijdte van het onpartijdigheidsbeginsel gaat evenwel niet zo ver dat de tuchtoverheid verplicht wordt om te zwijgen over lopende zaken. Het arrest “Noël” van de Raad van State van 11 september 2019 is daar een voorbeeld van.

De feiten 

Ten aanzien van een leraar wordt een preventieve schorsingsmaatregel overwogen. Overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 maart 1969, worden de redenen die de preventieve schorsingsmaatregel rechtvaardigen, hem drie werkdagen voor de hoorzitting meegedeeld. 

Een Waalse Minister had zich, in een antwoord op een mondelinge parlementaire vraag, als volgt over de feiten uitgesproken: “de handelingen van twee personeelsleden eind april zijn mogelijk strafbaar en behoeven nadere toelichting. Daarom heb ik gevraagd om een preventieve schorsingsprocedure tegen hen in te stellen. Deze schorsing zal bijdragen tot het herstel van een meer sereen klimaat binnen de school tijdens het tuchtonderzoek”.

De Minister neemt vervolgens de beslissing tot schorsing. De leraar was van mening dat de Minister door zijn verklaring in het Parlement zijn plicht tot onpartijdigheid niet had gerespecteerd. Hij stelt een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State. 

De beslissing van de Raad van State

De Raad van State is van oordeel dat de Minister geen blijk heeft gegeven van partijdigheid, aangezien het koninklijk besluit van 22 maart 1969 hem uitdrukkelijk verplicht om de leraar drie werkdagen voor de hoorzitting in kennis te stellen van de redenen die de preventieve schorsingsprocedure rechtvaardigen.  

In zijn antwoord aan het Parlement heeft de Minister zich beperkt tot het aangeven van de redenen voor zijn verzoek om een preventieve schorsingsprocedure in te stellen, in het kader van het toezicht van het Parlement op het optreden van de Regering. 

De Raad van State voegt wel toe dat het beginsel van onpartijdigheid wel zou zijn geschonden als de Minister vóór de hoorzitting van de leraar had aangegeven welke maatregel hij had besloten te nemen, of als hij de intentie had uitgesproken om hem te bestraffen. Dit was echter niet het geval. 

Te onthouden? 

De tuchtoverheid moet voorzichtig zijn met mededelingen voor of tijdens een procedure met betrekking tot een tuchtsanctie of een ordemaatregel. De communicatie mag niet vooruitlopen op de uiteindelijke procedure en dus geen betrekking hebben op de uiteindelijke beslissing. 

De tuchtoverheid mag anderzijds wel objectieve informatie over de stand van zaken van de procedure meedelen. 

Bron: Raad van State, 11 september 2019, nr. 245.408, Noël.

dotted_texture